FAMILIELEDEN

Jan Henri Luttje

Loosduinen 1914 - 

x Jantje Lubbers (1947 scheiding)

zn van ... Luttje
en 

...


Kinderen (tussen haakjes beroep vader) uit het huwelijk met Jantje Lubbers:

1. T.H. Luttje
2. Jan Luttje


"Jan Henri Luttje was je opa." Dat is eigenlijk alles wat ik over hem weet. Hij blijft de "grote" onbekende onder mijn grootouders.  

De verhalen die ik over hem hoor vanuit mijn kant van de familie zijn voornamelijk negatief. Hij komt over als een rancuneuze en gefrustreerde man. Feit is wel dat hij mijn oma ontrouw is geweest; volgens de rechtbankstukken uit 1947: "vleeschelijke gemeenschap te hebben met een andere vrouw en aldus overspel heeft gepleegd."

Jan was boekhandelaar en had een eigen bedrijf geregistreerd bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken in Groningen. Algemeen Uitgeversbedrijf Bico werd op 6 december 1939 ingeschreven. Het bedrijf fungeerde als boekhandel en groothandel, gericht op het inrichten van leesbibliotheken, tevens als uitgeverij. De oorsprong van de naam Bico is onbekend. In de beginperiode van de Tweede Wereldoorlog, op 27 juli 1940, lijkt de handel in boeken te floreren met een uitbreiding van de activiteiten. Gedurende de oorlogsjaren blijven er echter weinig ontwikkelingen zichtbaar. Pas na de bevrijding verschijnt er een nieuwe vermelding. Op 3 december 1946 verandert het woonadres van Jan, terwijl de relatie met Jantje inmiddels in een scheiding is beland. Deze scheiding wordt het jaar daarop juridisch afgerond. Op 11 januari 1952 verandert het zaak- en correspondentieadres, het lijkt gedaan met de boekhandel. Op 21 september 1954 wordt de zaak dan ook ambtshalve opgeheven.

 

bron: Nieuwsblad van het Noorden (11 december 1939)

Een maand na de oorlog schreef Jan een brief aan zijn ouders en broer in Oegstgeest. Hij doet hierin verslag van de laatste oorlogsdagen. Verbitterd reageert hij tevens op de gebeurtenissen rond de aanstaande scheiding en zijn ontwrichtte relatie met zijn vrouw Jantje en zijn schoonfamilie, hiervan moet vooral Trijntje (Schoonveld) het ontgelden. Hij heeft ook geen goed woord over voor zijn schoonbroer Tjapke.

De brief zoals Jan hem toen schreef, staat hieronder in de originele versie, ongecensureerd. Ik heb overwogen om een aangepaste versie te gebruiken, maar dan gaat er te veel verloren aan informatie en Jan's manier van schrijven. Hoewel het een erg negatief en rancuneus verhaal is, is dit zijn getuigenis.

ALGEMEEN UITGEVERSBEDRIJF “BICO” - GRONINGEN
BUITEN DAMSTERDIEP 124

BOEKHANDEL ENGROS & DETAIL

LEVERING VAN BOEKEN VOOR:
LEESBIBLIOTHEKEN EN HET INRICHTEN VAN BIBLIOTHEKEN ONDER DESKUNDIGE LEIDING
GIRO 366644


Groningen, 10 Juni 1945

Beste V., M. en H.

Het briefkaartje heb ik ontvangen en daaruit vernomen, dat U het allen er gelukkig nog goed hebt afgebracht, hoewel het op het laatst wel erg met het eten gekregen zal hebben. Enfin dat zal na een poosje wel weer vergeten zijn als je weer meer kan krijgen. Hier zijn wij er ook goed doorgekomen. Wel heb ik het huis van buiten en van binnen boven de kelder met twee wagenvrachten stroopakken afgedekt gehad, omdat wij hier vier dagen in de vuurlijn van de Engelsche kanonnen hebben gezeten, doch gelukkig is er niets gebeurd. De helft van de andere huizen tot aan het Eemskanaal toe, heeft allemaal voltreffers gekregen, waarbij drie uit de woonschepenhaven, die hier onderdak hadden gezocht, zijn gedood en twee uit Euvelgunne gewond. De koeien en de woonschepen telden meer slachtoffers, doch dat is weer te verhelpen.

Jantje was hier reeds 20 Maart, wegens ingebeelde ziekte (t.b.c.) vandaar naar Hoogebrug, (RH: Oosterhoogebrug) dat zou de dokter geadviseerd hebben volgens haar moeder, omdat het daar rustiger was volgens hem.

Verder heeft haar moeder over die vermeende ziekte zoo’n kabaal gemaakt, dat heel Euvelgunne en half Hoogebrug op stelten stond en later nog het consultatiebureau erbij, hetgeen echter niet het gewenschte effect opleverde, daar de meesten mij niet zwart aankeken, doch haar nog uitlachten op de koop toe, zoodat ik nogal een beetje steun had, wat ook wel noodig was, daar het een zo onbeschrijflijk lastig individu is. Toen ik n.l. na afloop van de oorlog bij de canadezen wat chocolade voor Trijny en wat cigaretten aan het ruilen was, liep ze mij dadelijk achter mijn kont, en zei tegen zoo’n canadien, die Hollandsch verstond, dat ik altijd met de moffen gehandeld en geheuld had, waarop zij mij dadelijk vasthielden. Enfin zonder mijn dictionaire heb ik mij er na drie kwartier weer uitgepraat. Een paar dagen later, wilde ze mij door die opperwachtmeester (dat is familie) op laten pakken, omdat ik die schrijfmachine van de jood had opgeborgen, en nu volgens hun niet meer wilde terug geven, die droop echter met hangende snor weer af.

Toen kwam Tjapke bij de N.B.S. (RH: Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten) en nu probeerden ze mij in het kamp te krijgen, omdat ik mijn schrijfmachine aan grootste onderduikjager hier in de provincie had verhuurd. Dat was echter niet zoo want mijn buurman had hem gehuurd en aan hem uitgeleend. Dit zaakje heb ik toen ook afgepoeierd.

Zoolang had ik het kleine kind (RH: Jan) nog steeds bij mij waar Tini (RH: Jantina Kuipers) overdag voor zorgde.


En omdat ze nu geen vat op mij konden krijgen lieten ze die toen maar ophalen, en lieten haar weer gaan met huisarrest, zoodat ze hier niet mocht komen, zoodat ik alleen met dat kleine kind bleef zitten. De volgende dag had ik het echter weer in orde. Doch, toen ik ’s-Avonds naar de stad was, kwam Tjapke Langs, en zag dat Tini nog voor het kindje zorgde, ging hij naar de commandant en wist opnieuw te bewerken, dat ze haar met gewapende macht ophaalden en twee uur in de wacht lieten staan, terwijl in diezelfde tijd het kleine kindje overzorgd bleef liggen.

Daar Tjapke – dikke vrienden met – die commandant was, heb ik kleine Jan toen overdag maar naar Tini's huis gebracht, dan was ik tenminste van dat gemier met die N.B.S. af. Want die zaten veel te dicht bij, nl. in de boerderij van Buiter, wat een mooi kamp met prikkeldraad is geworden. Daarbij was het toch mooi weer, zoodat hij buiten kon staan. Trouwens het was toch maar voor een paar dagen, want Tjapke werd er met dezelfde gang uitgetrapt, als hij bijgekomen was, doordat hij zich een - door de ?? – gevorderde D.K.W. motor, van iemand uit Ten Boer, had toegeëigend, waarop hij verscheidene uren per dag op Euvelgunne heen en weer vloog om op te scheppen of mij te er pesten. Verder zou hij ±25 pakjes chag achterover gedrukt hebben, van tabak, die hij voor ordedienst moest ophalen.

Zoo gauw hij verdwenen was, werd het huisarrest van Tini ook ingetrokken en kreeg ze haar persoonsbewijs weer terug, zoodat ook die film afgewerkt was.

Om op Jantje's moeder terug te komen, die kwam hier dat heele jaar, dat ik niet meer op reis ging elke dag over de vloer om zoo’n beetje de lakens uit te deelen, zoodat ik er meer dan genoeg van had. Met het jongentje had ze niets op. Zoveel als Trijny kreeg, deze niets en vanaf de eerste dag wist dat gekke wijf niks anders te vertellen als dat het na een week toch dood ging.


Als ze kwam keek ze er nauwelijks na, zeker omdat hij niet naar hem (RH: Evert) genoemd was. 

In het beging Maart had Jantje volgens de dokter een beetje griep, niet erg, want de heele dag kon je naar boven vliegen, omdat ze elke 5 min. lag te bestellen, als je weer beneden was, riep ze soms direct weer. Na een dag of tien was het nog net zoo en toen beweerde ze pijn in haar zij te hebben, ze was er echter niet erg ziek van. Ik liet de dokter weer komen, doch die kon niets vinden en veronderstelde toen tuberculose. Trijny mocht niet meer bij haar op de kamer slapen en ik ook niet.

Toen had je de poppen aan het dansen. Volgens Jantje's moeder was zij nu door mijn schuld, slechte verzorging enz. (ik vrat alles op) t.b.c. geworden en nu moest ze dan maar naar H.brug (RH: Oosterhoogebrug). Trijny nam ze natuurlijk vast mee omdat die niet bij Jantje mocht blijven. Hoewel Jantje eerst zelf niet wilde, haalden ze haar dan toch een dag of drie later met een rijtuig op. Ze zou alleen in de voorkamer komen te liggen, zooals de dokter geadviseerd zou hebben.

Enfin eerst ging ik er een keer of drie per dag naar toe. Doch de heele familie woonde er bij in, kostganger en Trijny inkluis, en dan deden ze niets anders dan ruzie uitlokken, zoodat ik er na een week beu van was en er niet meer heen wilde als ze er allemaal met hun groote bek bij zaten te kakelen.

Toen is Jantje haar moeder direct naar een advocaat geloopen, (vermoedelijk was ze er al reeds eerder geweest), om ontbinding aan te vragen. Dat kwam 11 Mei voor, doch is op een dood punt uitgeloopen, omdat ze wilden dat ik de schuld voor mijn rekening nam, daar ze anders niet scheiden kan, waar ik evenwel voor uit zal kijken, dan konden ze later nog meer praatjes rondstrooien, waar Jantje ook al aan begint mee te doen, nu ze haar zeker goed hebben opgestookt.

Ze hadden het wel mooi bekeken daar. Ze eischte de beide kinderen met nog ƒ25,- in de week toe.


Tot op de dag dat ze voor moest komen had Jantje steeds op bed gelegen en mocht toen juist voor het eerst ½ uur per dag op wezen. Ze is toen echter overdag nooit meer op bed geweest en had bij de rechter een bewijsje van de dokter, dat ze niet aan t.b.c. lijdende was, zoodat ze zeer goed in staat was om het kleine kind te verzorgen, dat toen volgens de rechter omdat het pas 3½ mnd. Was, bij de moeder hoorde, dus konden ze die voorloopig ook nog ophalen.

Dit deden ze natuurlijk alleen maar om mij dwars te zitten, want ze hadden er al die tijd nog nooit om gevraagd of naar gekeken.

Van te voren had hun kostganger, een marechaussee, mij gewaarschuwd, dat ze beslag op de inboedel enz. wilden laten leggen, zoodat ik mijn maatregels kon nemen. Die kostganger zeiden ze toen meteen zijn kosthuis op, omdat hij bij mij in huis geweest was, zoodat hij nu nog steeds zonder kosthuis zit.

Alles wat ze nu bereikt hebben is dat Jantje wil scheiden op mishandeling en slechte verzorging waardoor ze t.b.c. werd (waarvoor ze natuurlijk geen bewijs hebben), terwijl ze zoolang het proces duurt ƒ20,- per week kreeg toegewezen, waarvan ik echter geen cent betaal, omdat ze beslag op alles ook mijn handelsvoorraad hebben laten leggen, zoodat ik officieel geen verdienste heb.

Nu probeeren ze de echtscheiding in de minne te schikken. Jantje kan nu wat mij betreft ook gerust wegblijven, want met die gekke schoonmoeder ertusschen is het toch niets.

Mijn advocaat heeft nu de eisch gesteld van onkosten elk voor eigen rekening, met beider schuld.


Toewijzing van een der kinderen, en tevens een getekend bewijs van haar moeder en Jantje dat ze voortaan hun roddelmondjes op elkaar zullen houden.

Een week of drie heb ik mij alleen gered, doch met het eten was dat niets, dat kostte te veel tijd, en heb ik Tini maar weer teruggenomen, die nu voor het eten zorgt en het huis schoon houdt. Jantje is ook nog bij Tante Riek geweest, nadat haar moeder eerst poolshoogte was wezen nemen of ze ook al wat wisten.

Die hadden ons van de winter een brief geschreven of ze niet in het huis van de buurman konden komen als die er uit moest. Dat kwam de fam. Lubbers zeker niet gelegen want ik heb die brief nooit gezien, dus zal Jantje die wel stiekem weggemoffeld hebben. Nu kan het al niet meer, omdat de buurman gevangen zit, en zijn vrouw er voor een paar weken werd uitgezet, omdat het kantoor voor de N.B.S. moest worden. En nu komt er een van die commandanten te wonen.

Ik heb alles een nu zoo beknopt mogelijk beschreven dan ben U een beetje van de gang van zaken op de hoogte, want ze zullen daar hun kladderbriefjes ook wel naar Oegstgeest verzonden hebben.

Zoo gauw ik een reisvergunning kan krijgen kom ik een paar dagen over. Wel zou ik raden de fam. Lubbers niets te schrijven van wat ik hier schrijf, want ze loopen met elk papiertje en briefje naar hun advocaat om uit te pluizen of ze er ook wat in kunnen vinden.

Mijn schrijfmachine is gestolen met de oorlogsdagen bij die huurder, dus zal die hem moeten vergoeden.

Verder gaat alles hier nogal naar wensch, alleen verkoopen ze hier de Engelsche Cigarettes voor 75ct à ƒ1,- Dat komt omdat ze in de courant zetten, dat ze in Holland 4 tot 6 gulden kosten. Die 5 pakjes die ik gezonden had zijn weer teruggekomen, omdat ze niet verder konden, dus heb ik er zelf nog wat aangehad. Ontvang dus verder de hartelijke groeten van Jan

bron: Groninger Dagblad (04 december 1945)

bron: Groninger Dagblad (18 februari 1946)

bron: Groninger Dagblad (02 juli 1946)

 

 

1947: inkomen boekhandel plm. 12,-


schulden: 

1e Firma Wildeboer - Meppel 250,-

2e uitgeverij "De Uil"- Amsterdam 400,-

3e Firma Cloetingh - Groningen 600,- (J.J. Cloetingh, Boek en Papierhandel en Leesbibliotheek in de Kerklaan 46 )

4e Firma Hafkamp - Amsterdam 140,- (uitg C. Hafkamp A'dam)

5e Firma Traanberg - Amsterdam 300,-

6e Ons Vrije Nederland - Utrecht 425,-

onmogelijk in staat om voor opvoeding kind meer dan max. 2,50 pw te betalen.

bewijs gemeente ND onvermogen kosteloos procederen tegen voogdijraad.