FAMILIELEDEN

Michael Robert Huizinga

Noorddijk 1968

Mijn internationale voornamen doen het goed wereldwijd. De halve wereld is wel bekend met een Michael of een Robert. Michael is geen afgeleide van Michaël in dit geval. Het verhaal is wel grappig. In eerste instantie zou het Michiel zijn geworden, maar al gauw zong de naam rond als Michieltje-Schlemieltje, dat kon niet. Dus werd het Michael, maar het werd uitgesproken als Michel. Hoe dan ook, Michael vind ik dikke prima; roepnaam Rob.


Een stamboom-website over van alles en iedereen in de familie, dan moet ik me natuurlijk zelf niet vergeten voor te stellen, als maker van de verhalen achter de families waar ik onderzoek naar doe. Mijn persoonlijke pagina ziet er een tikkie anders uit dan de rest van de pagina's, die ik probeer een zelfde opmaak en structuur te geven (geef me tijd, het kan even duren, voor alles "staat"). Dit deel is een mix van muziek en clips die, ik belangrijk vind te noemen en die op een bepaald moment een rol in mijn leven speelden. Ik weet dat er nog veel meer nummers zijn die ik zou kunnen noemen. Maar dit is een aardige afspiegeling. 

Ik ben opgegroeid met muziek. De radio stond altijd aan, voor zover ik het mij herinner. Vanaf mijn eerste prille jeugd zijn er een aantal blijven hangen die ik voor altijd en eeuwig op mijn ultieme playlist heb bijgeschreven. Vooral de instrumentale synthesizer nummers van de eerste jaren zijn niet uit mijn geheugen te slaan. De onderstaande drie zijn wel de favorieten (hier in wat nieuwere jasjes).

1972

Hot Butter

Popcorn

1976

Jean Michel Jarre

Oxygene Pt. 4

1977

SPACE

Magic Fly

Ik heb een fijne jeugd gehad in Oosterhoogebrug, waar het dorpsgevoel nog sterk aanwezig was: ons kent ons. Alles was dicht bij elkaar en overzichtelijk. De stad Groningen was vlakbij, maar het leek erop dat mijn wereld vooral bestond uit mijn eigen wijk. Samen met mijn vrienden crosten we door de buurt en beleefden de meest uiteenlopende avonturen. Hoewel ik vaak niet degene was die de plannen maakte, was ik altijd aanwezig; schuchter als ik was. Als iemand anders de sprong in een sloot waagde, deed ik dat ook niet gelijk. Of toch wel, haha! Ik kende de sloot en het was ook geen onbekende voor mij om door het ijs te zakken.

Ik ging vaak kijken terwijl mijn vrienden voetbaltraining hadden. Voetbal zei me echter niet zoveel, vooral omdat mijn moeder al sinds de oprichting in 1947 actief lid en later penningmeester was van de gymnastiekvereniging. De voetbaltak was daarvan een afsplitsing. Ik zat dus op gymnastiek, wat ook best stoer was, (toch?) zo in mijn hempie en sportbroekje – op blote voeten uiteraard! Ik heb zelfs een tijdje aan trampolinespringen gedaan, zo'n grote trampoline. Spreid, zit en sluiten. Maar na de lagere school raakte ik dat een beetje kwijt; je wordt er ook gewoon te oud voor.

Wat schoolzwemmen betreft, daar deed ik ook aan mee. Op een gegeven moment vond ik het echter minder leuk. Hoe dat precies kwam, weet ik niet meer, maar ik begon het met steeds grotere vrees te bekijken – watervrees, zoals ze het noemen. Misschien was het een erfelijke aanleg, vooral omdat mijn vader ook geen waterrat was en aversie had tegen water. Altijd in contact met de bodem zijn was zijn motto. Wellicht ligt er een ver verleden achter, zoals de overstroming tijdens de Kerstvloed van 1717, dat zou zomaar kunnen hebben bijgedragen aan een natuurlijke afkeer van water. Desondanks zwom ik uit vrije wil in het nabije Bedum. Uiteindelijk heb ik Diploma A behaald; blijven drijven en watertrappelen is toch wel het belangrijkste.

Ik ben niet echt het type dat graag op de voorgrond staat, tenzij het echt nodig is. Ik voel me veel meer op mijn gemak achter de schermen, waar ik zorg dat alles soepel loopt. In de schijnwerpers staan heeft niet mijn voorkeur. Maar dat veranderde in mei 1980, tijdens twee bijzondere avonden. De schoolmusical in klas vijf, waarvan ik nog steeds op zoek ben naar de titel. Een jaar later, in klas zes maakte ik deel uit van de cast van "Radio Flierefluiter", waar ik een bescheiden rol speelde.

Dat was anders in het eerste jaar, twee optredens in mei 1980. "Ik? Ja, jij gaat samen met je klasgenoot een liedje zingen." Wat leuk. (Mwoah). Ik vond het maar niks, maar deed het wel. We traden samen op voor ouders en vrienden in de wijk.

Met een overdaad aan make-up op mijn gezicht, opgepoetste wenkbrauwen, extra blosjes op mijn wangen en uiteraard de onvermijdelijke lippenstift, voelde ik me als een ster. Haha! En dan ook nog eens achter een kartonnen ape-pakkie staan, die  met wat latten (kunst en vliegwerk) rechtop bleef. Gelukkig mocht ik mijn eigen overhemd aanhouden en een kek hoedje opzetten. Dus daar stond ik dan, te zingen alsof mijn leven ervan afhing. Gelukkig zijn er geen bewegende beelden van (toch?). Het liedje ging over de bombar-bombar, bombardon... iets in die geest. Dagenlang hebben we geoefend op het nummer, dat destijds op een cassettebandje stond. 

SCHOOLMUSICAL


Van de lagere school van Oosterhoogebrug herinner ik me vooral de schoolreis en de musical. We spaarden een heel jaar om in mei, waarschijnlijk na de twee avonden van de musical, met de bus naar het prachtige waddeneiland Texel te gaan. Dit eiland heb ik sindsdien nog meerdere keren bezocht en van alle kanten leren kennen. Onze hoofdmeester, die oorspronkelijk van Texel kwam, kende het eiland als zijn broekzak en zorgde ervoor dat wij ook deze bijzondere plek ontdekten.

Tijdens ons verblijf speelde het schoolvoetbalteam een testwedstrijd tegen een lokaal team. We sliepen in een kampeerboerderij in Den Hoorn, Jonkersbergen. De jongens sliepen in de stal, of wat gewoon een landbouwschuur? De meisjes sliepen op de oude (hooi)zolder. Deze scheiding werd door sommige begeleiders met hand en tand verdedigd. Een paar van de stoere jongens probeerden af en toe om alles en iedereen heen te glippen voor een bezoekje, maar als straf volgde er vaak een kort verblijf in een hok, de horror! Zelf was ik niet zo dapper, meisjes houden je maar uit je slaap, beter ogen dicht tussen het zand en de krabbenschaaltjes. Voor het slapengaan las de meester een paar bladzijden voor uit een spannend kinderboek; ik herinner me Oorlogswinter van Jan Terlouw, en misschien ook Koning van Katoren of was het nou Briefgeheim? Terlouw was in ieder geval een grote favoriet. We zaten met z'n allen, zowel meisjes als jongens, op de bedden (zo stel ik me tenminste voor) in onze pyjama’s en luisterden aandachtig.

Die dagen fietsten we het hele eiland rond: langs het strand, de zee, de zeehondjes, het speelbos, een puzzeltocht rond het strand en we bezochten Den Burg, waar we een paar centen bij ons hadden om iets kleins te kopen, zoals een sticker of een portie patat. Oudeschild, De Cocksdorp, het Juttersmuseum, de meeuwenkolonie (ken je The Birds van Hitchcock?) de vuurtoren en het toeristische De Koog.  We ontdekten de Slufter en zagen een kievitsei. We zwommen in verwarmd zoutwater tussen het groene wier of iets sliertigs, visten naar garnalen vanaf het strand. Onderweg spotten we mijnenvegers en een marinehelikopter. Het was een indrukwekkende week weg van huis.

Doris D

The Marvellous Marionettes

Aneka

Japanese Boy

Ottawan

Hands up

The Specials

Ghost Town

Stars On 45

Stars On 45

En zoals het hoort, sloot ik na die geweldige tijd op de lagere school deze periode af met de mooiste vakantie die ik tot dat moment had meegemaakt. Op de camping stonden onze caravan en tent, en ik (12) pal naast die van het leukste meisje (10) van heul de wereld! We wandelden samen naar de kampwinkel, genoten van ijsjes, zwommen - ik in mijn stoere zwembroek met de Amerikaanse vlag, zij in het zwart. We zaten heerlijk samen op een luchtbed in de zwemvijver.

We hebben samen meegedaan aan een unieke stoelendans, maar dan met paarden. Zij zat op een vos, terwijl ik natuurlijk als "prins" op het witte paard zat. Gelukkig heb ik nog een paar vage foto’s, maar die herinneringen gaan NOOIT meer weg.

Trouwens, het zitten op een paard was mij niet onbekend. Ik ben opgegroeid met een pony. Af en toe een ritje in de tuin. Jaren later heb ik het overgedaan voor de foto en de herinneringen. 

PRINS ROB

Na de lagere school, waar alles nog relatief eenvoudig was, begon een nieuw hoofdstuk: de grote school. De echte studie brak aan, met nieuwe vakken zoals Engels en Frans. Samen met enkele van mijn dorpsvrienden koos ik voor de mavo, maar veel van onze vrienden verdwenen naar andere scholen of opleidingen. De kindertijd was voorbij, en de sfeer zou nooit meer hetzelfde zijn.

Hoewel ik me niet alles precies kan herinneren, weet ik nog goed dat ik het vak muziek leuk vond. We leerden over de theorie achter muziek, zonder dat we een piano of blokfluit hoefden aan te raken. Mijn interesse en liefde voor muziek werden daar verder aangewakkerd. Meester van Wijk was een enthousiaste verteller, en wat hij ons liet horen raakte ons. De muziek van Charles Camille Saint-Saëns (Carnaval des Animaux) is inmiddels geen onbekende meer voor mij. We analyseerden het stuk en benoemden alle dieren die er in voorkwamen. Nikolai Rimsky-Korsakov met zijn Flight of the Bumblebee, Chopin, en Glenn Miller's St. Louis Blues March, typisch Amerikaans. En natuurlijk de muziek rond de Negro Spirituals, zoals The Golden Gate Quartet met Joshua Fit The Battle Of Jericho en Swing Low Sweet Chariot, naast Yesterday van The Beatles.

Charles Camille Saint-Saëns

Carnaval des Animaux

Nikolai Rimsky-Korsakov

Flight of the Bumblebee

Glenn Miller

St. Louis Blues March

The Golden Gate Quartet

Joshua Fit The Battle Of Jericho

The Beatles

Yesterday

Tijdens mijn tijd op de mavo heb ik "extra tijd genomen om te ontdekken wie ik was", ik was nog niet klaar voor de volgende stap. Ik had geen concreet plan of doel voor ogen; ik dacht gewoon: laten we zien hoe ver we komen. Ik overwoog of de meao misschien iets voor mij zou zijn. Ik haalde mijn diploma en was klaar voor de inschrijfdag bij Verrijn Stuart. Maar daar kreeg ik te horen dat Nederlands op C-niveau onvoldoende was om aangenomen te worden.

Dus, samen met mijn vader, op gesprek bij de Klaas de Vries (leao), of daar nog een mogelijkheid was. Zodat ik het jaar erop alsnog de overstap naar de meao kon maken. Het was een plezierig jaar, vooral dankzij mijn resultaten. De gymlessen waren ook leuk, de jongens en meiden hadden samen les. Alles kwam samen, zoals het zou moeten zijn, haha...

Vervolgens begon ik aan de meao. Kort samengevat: het was niet wat ik ervan had gehoopt. Bedrijfseconomie bleek geen goede match en ook Export lukte uiteindelijk niet. Maar de taalvakken en Logistiek gingen me wel goed af; daar heb ik nog steeds profijt van.

HANDS UP

Na mijn schooltijd stond de militaire dienst voor de deur. Dat was geen onverdeeld succes. Ik was ooit goedgekeurd en beschouwde het als een verplichting die ik gewoon moest doen. Hoewel het nooit op een geschikt moment kwam, had ik er op zijn minst "vrede" mee. Mijn sollicitaties, vooral voor uitzendwerk, kwamen niet uit de verf en wanneer ik al op gesprek mocht komen, werd ik niet geselecteerd. Dat was ook niet zo verwonderlijk; zonder een duidelijk plan was het gewoon moeilijk om mezelf goed te presenteren. Zet me ergens neer en je zult zien wat ik kan, maar met alleen maar papieren en cijfers was ik onzichtbaar.

De dag van oproep kwam dichterbij. Op 1 maart 1993 moest soldaat Huizinga zich melden op de Frederik Hendrikkazerne in Blerick, vlakbij Venlo. Verder weg van huis kon haast niet en de verstaanbaarheid met "de locals" was een uitdaging. De bedoeling was om opgeleid te worden tot chauffeur van de viertonner van de Landmacht, de DAF YA 4440. Hoewel ik wel met deze truck reed, op de openbare weg en off-road, voelde het niet goed. Ik had net een jaar of 2,5 een klein rijbewijs, maar nog nooit gebruikt (op advies van mijn ouders had ik het eerder gehaald, maar de eerste tien jaar heb ik er daarna niets mee gedaan). Ik werd er niet enthousiast van. 

Iedere werkdag op de kazerne, ging na het wakker worden op de kamer, de (M)TV aan. De muziekzender stond in elk geval aan tot aan het ontbijt. Nog even op de kamer en daarna nog even het appel, de rest was voor mij te kort om het me goed te herinneren.

2 Unlimited

No Limit

U.S.U.R.A.

Open Your Mind

Leila K

Open Sesame

The Prodigy

Out Of Space

Lenny Kravitz

Are You Gonna Go My Way

Wil je de prullenbak op de kamer even legen in de container buiten, dus ik in mijn soldaten-outfit naar buiten, prullenbak in de hand. Kom ik de Luitenant tegen. Die had zoiets van, waar gaan we naartoe? Ik groeten (leek me wel verstandig), daarna zal hij iets gezegd hebben van, "waar is je baret?" Tja, op de kamer natuurlijk. Had ik niet bij stil gestaan. Kon ik mooi even terug met mijn prullenbak, die paar trappen op om mijn baret op correcte wijze op m'n hoofd te zetten. Kom ik weer buiten, staat ie er nog, weer een groet, nu zoals het hoorde en ik kon de prullenbak legen. 't Is eigenlijk het enige wat is blijven hangen, samen met de video en klanken van Marillion's Kayleigh toen we in een kroeg in Venlo waren, kletsen met wat dames (maar ja, onverstaanbaar). Oh ja en de korporaal was aardig en de sergeant was geen nare man. Maar hoeveel strepen enzo, vraag het me niet, zover ben ik niet gekomen. Heb de stormbaan alleen vanuit het raam gezien.

Toen de soldatenvakbonden, zowel de Christelijke als de reguliere, 's avonds een paar keer langs kwamen om het nieuwe soldatenvolk te informeren over hun rechten, besloot ik lid te worden van de reguliere vakbond VVDM. Ik las hun boekje van voor tot achter en ontdekte dat je een beroep kon doen op de Wet Gewetensbezwaren Militaire Dienst, je was dan tegen alle vormen van geweld. Hiervoor moest je een brief schrijven, voor een commissie verschijnen, en het onderwerp geweld bespreken. Ongemotiveerd om nog langer in dienst te moeten was dat geen probleem. Daarna volgde vervangende dienstplicht, wat in mijn ogen me nuttiger werk leek dan het militaire leven (hoewel ik alle respect heb voor de helden die dat pad wel kiezen). Wel moest je, toch als een soort straf, langer vervangende dienstplicht uitvoeren dan de reguliere militaire dienst.

Wat de vervangende dienst zou inhouden? Misschien werk in een ziekenhuis of als archiefmedewerker? Laatstgenoemde baan had mijn voorkeur, in de stad, dichtbij ik was toch al met stamboomonderzoek bezig. Het werd echter een administratieve functie bij de financiële afdeling van de arbeidsbemiddeling Friesland - een kans om alvast wat ervaring op te doen. Vanaf dat moment hield ik me bezig met de betalingen voor de arbeidsbureaus in Drachten en Bergum (Burgum). Mijn verblijf in Leeuwarden was één en al Frysk, met Radio Fryslân op de achtergrond, collega's die Gerben en Jouke heten, en weerman Hans de Jong die zijn weerpraatje in het Fries deed. Oranjekoek vulde de bureaus. 

ELKE DAG EEN LACH

Na het afronden van mijn opleiding ging ik met een nieuw diploma en bruikbare werkervaring op zoek naar een (uitzend)baan. Al gauw vond ik een plek bij een verzekeringsmaatschappij in de stad (Groene Land). Ik vulde er enveloppen met folders, schadeformulieren en andere correspondentie, gaf bromfiets- en verzekeringsplaatjes uit voor scootmobielen. Helaas kon ik na afloop van mijn uitzendcontract niet blijven. Ik heb er met plezier gewerkt met een fijne groep collega's.

Vervolgens zat ik een periode zonder werk. Ondanks mijn inspanningen werd ik niet uitgenodigd voor sollicitaties. Het arbeidsbureau kwam op het idee dat ik een interne opleiding moest volgen om weer in te stromen in “kantoorwerk”. Voor mij voelde het als onzin, want ik had al ervaring en wist precies wat er van me verwacht werd. Maar als dat de enige manier was om verder te komen, dan moest dat maar. 

Gelukkig werd ik vlot uit deze situatie geholpen. Door mijn huidige werkgever. Ik werd uitgenodigd voor een gesprek en ging uiteindelijk aan de slag bij een van de grootste overheidsdiensten in de stad Groningen. Later hoorde ik dat ik was gevraagd in het kader van "maakt niet uit wie er komt, als er maar iemand komt". Het werk bestond voornamelijk uit het verwerken van formulieren. Later mocht ik zo af en toe een klasje begeleiden met mijn aangeleerde talenten, maar het was geen "rocket science" natuurlijk. Aan het eind van mijn uitzendcontract werd mijn werkgever, door regelgeving, gedwongen om een behoorlijk aantal uitzendkrachten in vaste dienst te nemen. Ik was een van de gelukkigen. Ondanks dat ik nu vast in dienst was, werd ons constant verteld dat de afdeling binnenkort zou verdwijnen. Maar, de afdeling bestaat nog steeds.

In eind 2004 kocht ik samen met een goede collega een oudejaarslot, voor de gezelligheid. Tot onze verbazing viel het kwartje onze kant op. We wonnen een aanzienlijk bedrag. We moesten ervoor naar het hoofdkantoor van de Staatsloterij in Den Haag. Het was bijzonder om mee te maken, zeker met z'n tweetjes. Het mooiste vond ik dat ik de prijs mocht delen.

Het was een fijne tijd om samen te werken. We hadden een goede vriendschapsrelatie, hoewel het voor velen duidelijk was dat het evenwicht zoek was (...) Maar ja, soms wil je dat niet zien. Toen de prijs langs kwam, werd onze relatie onhoudbaar. Op een gegeven moment was ze er gewoon niet meer. Jammer, dat het zo gelopen is.

Seeed

Augenbling

Jessie J

Price Tag ft. B.o.B

Jamie Woon

Lady Luck

Helaas keerde "het lot uit de loterij" als een boemerang terug. Op een koude, ijzige winterdag gleed ik met een volle benzinetank met mijn auto pardoes zijwaarts in een sloot, net op het moment dat het landweggetje een flauwe bocht naar rechts maakte. Dit leidde tot een total loss. Zo gaat het soms: geluk en tegenslag liggen dicht bij elkaar. 

Twee collega's probeerden me met hun adviezen in die tijd ook wat te restylen en re-shapen. Dat leek ze wel een goed plan om me vooruit te helpen. Toen ze ook nog begonnen over nieuwe outfits, vond ik het welletjes. Ook ik had nu zelfs gel in m'n haar, maar vond het maar geklieder. En verder helpen, is niet gelukt. Maar ja als twee paar ree-bruine ogen het zeggen en het beste met je voorhebben... punt gemaakt.

BOEMERANG

Na ongeveer tien jaar werd ik uitgeleend aan een andere afdeling ter ondersteuning. De sfeer op mijn oude afdeling was ondertussen minder prettig geworden, mede door keuzes die ik had gemaakt. Het werd, om het maar simpel te zeggen, nogal ingewikkeld. Je herkent het misschien: een bord met namen en pijlen, wie kon (nog) met wie. Als het organiseren van een familieverjaardag... Ik vond het wel fijn om die deur achter me dicht te kunnen trekken. Maar ja toen hing ik tussen twee afdelingen, de ene wilde me wel kwijt, de andere wilde me (nog) niet overnemen. Het voelde weer een beetje als in mijn tijd als uitzendkracht, hoewel ik nu garanties had. Het duurde een poos, voor het geregeld was.

Inmiddels zit ik al bijna vijftien jaar op mijn nieuwe afdeling, ik heb het erg naar de zin, ben er helemaal mezelf. En wie het niet zint, zijn/haar probleem. 


Gezondheid, je kunt er zelf veel aan doen om gezond te leven maar sommige dingen zijn niet te voorkomen. Zo werd me na vermoeidheid en veel (vooral water) drinken verteld dat ik diabetes heb. Eerst denk je, wat heb ik verkeerd gedaan? Maar zo simpel was het niet, er moest getest worden welk type ik heb, type 2 (waar je zelf veel aan kunt doen) of type 1 (waar gewoon delen van het lichaam het laten afweten. Ik zal je de details besparen. Bij mij kwamen ze uit bij type 1. Dat betekent, een aantal keren per dag insuline spuiten, om de suikerwaarden in het lichaam op peil te houden.

Ik had het mis toen ik dacht dat daarna alles onder controle. Elke verwonding, vooral aan tenen en voeten kan een gevaar vormen. Zo ook bij mij, een gaatje dat klein begon groeide uit naar iets groters. Met antibiotica werd de infectie bestreden. Maar al gauw bleek dat de bacterie niet van plan was te vertrekken, het werd van kwaad tot erger. Sterkere medicijnen om de infectie te bestrijden waren er niet meer. We hebben alles geprobeerd. Maar beter zou het niet worden, de infectie zou blijven en zich uitbreiden.

Wat is de oplossing? Amputatie van mijn linkerteen. Mijn reactie? "Als dit de beste manier is om het probleem op te lossen, dan ben ik er helemaal voor." Vanaf het allereerste moment had ik daar geen moeite mee. Ik zag er niet tegenop. Ik heb voortdurend de insteek gehad, hoe kan ik door, wat is de oplossing? Wat er ook moest gebeuren, ik vond het voor mezelf te overzien; voor een ander (m'n moeder) vond ik het vreemd genoeg vervelender. Ik kon het gelijk een plekje geven. Heb er geen traan om gelaten.

Alleen daar bleef het niet bij, als de teen er af moet, moeten ze er alle vijf af. Weer had ik zoiets van als dat het probleem kan oplossen, dan is dat wat we gaan doen. Aldus geschiet. Operatie geslaagd en op voor herstel. Daarna de check in de MRI-scanner  of alles weer schoon was. Niet dus. Opnieuw moesten we in oplossingen denken. Het recept luidde, amputatie tot onder knie.

"Oh oke", ik was best wel verbaasd hoe ik er zelf mee om wist te gaan. Ik deed er niet moeilijk over. Opnieuw wist ik het snel een plek te geven. Ik keek er positief naar. Oplossen en weer doorrrr... Er zijn legio dieren die het ook overkomt. Die likken hun wonden, passen zich aan, aan de nieuwe werkelijkheid en leven er op los. Dat kan ik ook vond ik. Voor anderen in mijn omgeving vond ik het moeilijker te accepteren.

Hoe dan ook, het kostte me veel tijd, ik ben een poos van de werkvloer geweest. Voor mij voelde het als veel te lang, de revalidatie. Ik heb het allemaal positief opgepakt. Ik kon diep van het binnenste in mezelf naar buiten halen. Die innerlijke kracht was de hoofdzaak van wat ik nodig had om door te zetten, elke dag weer, elke tegenslag, want die waren er tussendoor ook nog (...) kon ik zo overwinnen.

Het was ook mijn keuze om zo veel mogelijk contact met alles en iedereen om me heen en op de werkvloer te hebben; dan kom je er achter op welke collega's je kunt bouwen en wie zelfs de moeite neemt om je te bezoeken en die hand op je schouder legt. De aandacht, de hartverwarmende kaarten, het deed me (nog meer) goed. Het voelde alsof ik er niet alleen voorstond. Ik doe het voor jou en jou en jou. Zo voelde dat.

VEERKRACHT

"Niet klagen maar dragen"

Misschien heb ik deze veerkracht wel van mijn grootmoeder meegekregen. Ze zei vaak "niet klagen maar dragen" en sloot die woorden dan af met "en bidden om kracht", maar dat vind ik moeilijk serieus te nemen. Ik denk dat zij zelf ook wel de humor van dat laatste inzag.

Op de revalidatie-afdeling was ik een beetje de Max Verstappen van de gang. Stoere zonnebril en petje op, koptelefoon op m'n knakker en lekker racen over de gang op weg naar buiten, lekker in het zonnige zomerzonnetje, na weer een dag bij de therapie, aan de gang met gewichten, handfietsen en elk keer een stukje meer, tot het uiterste. Om sterker en sterker te worden. En toen er met opblaasprothese weer gelopen kon worden, wat een overwinning en een fantastisch gevoel. Het ging steeds beter. En dan eindelijk weer met eigen nieuwe prothese aan de slag. Net voor mijn verjaardag had ik het wel gehad. Het was tijd om naar huis terug te keren. Daarna duurde het nog een paar maanden voor ik weer aan het werk konden.

Eerst erna een nieuw aangepast rijbewijs gekregen, opnieuw afrijden in een automaat. Toen moest ik nog een automaat, halen. Al met al is dat zo snel als het ging gelukt. En daarna zonder zeuren weer m'n werkzaamheden op pakken. Veel is bij het oude gebleven. Veel dingen kan en wil ik nog steeds zelf, maar zo af en toe vraag ik om hulp. Samen komen we er dan wel. Ik hoop nog steeds dat ik een voorbeeld mag zijn op de afdeling. Als je wilt en doorzet, kun je echt alles. Al moet "een ander" je wel de kans geven om je ding te doen. Hoewel ik me niet meer zo makkelijk laat vertellen dat iets niet kan. Ik ga het in elk geval proberen!

DJ ROB

En als je denkt dat je dan alles heb gehad qua gezondheid, nee dus. De rest van de niet minder serieuze zaken zal ik je hier besparen, maar het is een voortdurend proces van testen, meten en aanpassen van de verhoudingen medicijnen, er komt altijd weer wat nieuws om de hoek, ze vinden altijd weer wat waar ik op moet letten of wat aangepakt moet worden.

Dan is er opeens de andere gezonde voet die opspeelt, de oplossing even helemaal niks en twee keer in de week in het gips, oranje, roze, geel, groen, blauw, ik heb een regenboog aan kleuren gehad. Daarna, veilig aangepaste schoenen (had ik vanaf het begin moeten doen, maar ja...) En nu de druk van de voet weg is, is ook dat probleem uit de wereld. Niets houd me meer tegen!

Ik deel deze positieve kijk graag met iedereen die het wil horen. Het is makkelijk om jezelf soms zielig te vinden, maar blijf daar niet te lang in hangen. Pak jezelf op, adem in, adem uit, en ga verder. Je kunt er veel voldoening en energie uit halen. Bij mij werkt het in ieder geval heel goed, en dat zonder professionele begeleiding.

Still Corners
The Trip

Donna Summer
I Feel Love

Adriano Celentano
Prisencolinensinainciusol

Madonna
Gambler

Manchester Orchestra
The Silence

Mijn favoriete buitenland? Met stip op één, Denemarken, binnen een dag te bereiken met de auto, rust, ruimte, een zee aan prachtige natuur, eeuwenoude geschiedenis, mooie mensen  en natuurlijk alles Viking. Sinde halverwege de jaren 80 ben ik er op vakantie geweest, heb het hele land wel bezocht en interessante plekken ontdekt en leren kennen. Maar er van dichtbij ook een natuurramp meegemaakt.

Ook heb ik tijd doorgebracht met een aantal Denen en hebben ze mij hun stukje Denemarken laten zien. Na Denemarken kom ik ook graag in België. En dan vooral in het Vlaamse deel van het land. De stad Gent is favoriet. Ik kom er graag. Met het Franse deel van het land heb ik wat minder, dat komt misschien door de taal. Ik spreek maar een very petite peu Frans. Toch is het het Franse deel wat me steeds weer naar België trekt.

LAND OF THE VIKINGS

Op advies van een Balinese studente van PPI Rotterdam, heb ik in 2012 de dierentuin van Pairi Daiza in Brugelette, bij Bergen (Mons) ontdekt. Een grandioze dierentuin; met voor degenen die niet van dieren houden ook prachtige architectuur. Chinese, Indonesische en andere tempels en gebouwen uit Azië. Het is een bijzondere plek waar alles samen komt. En als je zoals ik ook nog een fascinatie hebt voor Indonesië en haar bewoners, dan is een plek die je gezien moet hebben, zonder in Indonesië te zijn geweest.

Mijn lijstje met bezochte buitenlanden:
Australië, België, Canada, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Polen, Schotland, Singapore (airport), Verenigde Staten, Zweden.

Tot nu toe ben ik drie keer in de Verenigde Staten geweest, waar ik enkele interessante steden heb bezocht: Indianapolis, Chicago, Washington D.C. (waar ik bij het graf van JFK stond) en "the Big Apple" New York (waar ik op Ground Zero was en het aangrijpende museum bezocht). Met mijn Amerikaanse cousins heb ik er van alles meegemaakt. Ik heb het Amerikaanse ontbijt leren kennen, plastic wegwerpborden in een hotel, steaks als deurmatten. De highways. Maar ook met de metro door New York, en New Jersey. Door de Bronx, "better stay on the train". Als in een film. Ik heb geslapen in een prachtige villa bijna op de golfbaan (met een golfkar in de garage), West Point bezocht, bergen verkend, met een kano de binnenlanden van "upstate New York" ontdekt, en zelfs geschoten op... een kalebas. Ik ging op jacht naar (voor de foto) kalkoenen, die ik daar nog nooit in het wild had gezien. Maar bovenal maakte ik deel uit van een groep geweldige Amerikanen die, ondanks de afstand, als familie voor me voelen. Mocht er ooit een erfenis van een rijke "uncle" te verdelen zijn, dan stap ik zeker weer bij hen binnen.
 

KALEBAS MAYHEM

Op mijn ongeschreven bucketlist had ik in 2017 ook het bezoek aan Auschwitz staan, een vreselijk verdorven plek die iedereen minstens één keer in zijn of haar leven MOET bezoeken, hoe kort de tour ook mag zijn. Neem alles in je op. Sta stil bij de zaken die echt belangrijk zijn in het leven: de keuzes tussen goed en kwaad, het vechten tegen onrecht en weerzinwekkende regimes. Kom op voor anderen en sta op tegen ongelijkheid. En als het te laat is, reflecteer op het waarom: neem de tijd om na te denken en trek lessen voor de toekomst.

Het is met geen pen te beschrijven hoe het voelt om daar te zijn. Je wilt huilen en schreeuwen terwijl je de overblijfselen ziet van wat er eens was, wetende welke verschrikkelijke horror zich heeft afgespeeld. Stel je de wagonladingen mensen voor, de rijen die naar de gaskamers lopen, de rokende schoorstenen... Het is werkelijk gruwelijk en onvoorstelbaar, maar je moet het met eigen ogen zien om zelfs maar een glimp van de werkelijkheid te begrijpen.

Naast de Kampen bezocht ik ook nog de voormalige pannen-fabriek van Herr Oscar Schindler.

AUSCHWITZ

Van jongs af aan ben ik altijd gefascineerd geweest door alles wat vliegt. Een van mijn eerste onvergetelijke ervaringen was het bezoek aan de Luchtmachtdag op vliegveld Twente, waar de F-16-straaljager (introductie 1978) zijn eerste optredens gaf, te midden van een kleurrijk verfprotest van een bepaalde groep. Jaren later was ik bij een dezelfde evenement op vliegveld Leeuwarden. Maar dat was niet meer hetzelfde te tijden waren veranderd.

Vreemd genoeg heb ik nooit het zelfde gevoeld bij de moderne F-16 Fighting Falcon als bij zijn voorganger "de vliegende doodskist", de Lockheed F-104 Starfighter. Hoewel de F-104 in die tijd vaak betrokken was bij (dodelijke) ongelukken, heeft dit toestel altijd een diepe indruk op me gemaakt.

Naast 1981, is 1977 op meerdere fronten een sleuteljaar in mijn persoonlijke geschiedenis. Sommige thema's komen voortdurend terug. Het jaar moet hoe dan ook wel een bepaalde diepere betekenis voor me hebben, zonder dat ik het op dat moment kon begrijpen. Zo langzamerhand vallen de puzzelstukjes samen van deze roerige tijden.

MOLUKSE ACTIES


Ik herinner me nog goed het geluid dat ik op zaterdagochtend 11 juni 1977 hoorde, ik werd er wakker van, toen twee F-104's overvlogen voor hun meest bekende vlucht op Nederlands grondgebied. Het betekende de start van het einde van de Molukse treinkaping bij De Punt, die eindigde met een inval door mariniers. Op dezelfde dag waren we onderweg en zagen we de nasleep uit eerste hand; we reden, weliswaar op afstand, langs de trein. Op het terras van Hotel De Gouden Leeuw in Zuidlaren spotten we de DAF YP-408 pantservoertuigen met mariniers die op de terugweg waren naar de kazerne.

Deze gebeurtenis, evenals de eerdere betrokkenheid van mijn familielid Daan Huizinga, Gedeputeerde van de provincie Drenthe, die als gegijzelde ongevraagd deel werd van Molukse actie, houdt me na al die jaren nog steeds bezig. Daan zou de kogel krijgen, wanneer niet luttele minuten later er een bevrijdingsactie door mariniers volgde.

Het voelt zo onwerkelijk en er zijn zoveel grijsgebieden, vooral wanneer je de redenen en achtergronden begrijpt. Het is niet simpelweg een kwestie van goed versus fout, of goed tegenover kwaad. Het schemergebied is enorm. Afspraken zijn geschonden, beloftes niet nagekomen, en er werden verwachtingen gewekt die niet waargemaakt werden. Dit alles, heeft een nieuwe werkelijkheid gecreëerd. Mensen raakten gefrustreerd en waren bereid tot actie.


In 2000 besloot ik, nooit eerder gevlogen, dat het tijd was voor mijn eerste vliegtrip. Ik wist niet wat ik ervan zou vinden, misschien had ik wel vliegangst. Ik zou het onderweg wel ontdekken. Om het avontuur aan te gaan, besloot ik een vriendin in Australië te bezoeken. Het werd een reis van een dag met een intercontinentale vlucht, één tussenstop, en vervolgens nog een binnenlandse vlucht.

Hoewel het een lange zit was, heb ik het zonder problemen doorstaan. Wat me het meest bijbleef, waren de gloeiende vuren in het donkere India, evenals de hitte van the hot red center van Australië, dwars door de gordijntjes heen. Goodday, mate!

TANDEMSPRONG

"Ik ben veilig geland." Vier simpele woorden om mijn onwetende moeder gerust te stellen na een weekendje weg, terwijl ik ondertussen een tandem-parachutesprong heb gemaakt, samen met mijn vriendin die op hetzelfde moment de sprong deed. De reactie van thuis was zoiets als: "Mooi, goed van je." Geen "hoe haal je het in je hoofd", maar gewoon: "Oh, oké, en morgen weer veilig thuis."

Ik had de sprong slechts drie weken eerder geboekt. Ik vroeg mijn vriendin: "Het is tijd. Ik wil graag springen, maar dan wel samen." Het lijkt me het meest fantastisch om zo’n gevoel met iemand die dichtbij me staat te delen. Ik kan niet zeggen dat ze overdreven enthousiast was, maar in de geest van: als één lemming over de rand springt... Besloten was het: we zouden het samen doen, en dat hebben we gedaan. Al moet ik toegeven dat ik het avontuur intenser heb ervaren dan zij. Maar het is gebeurd, wow!

2000

eerste vliegreis naar Australië

2016

indoor para

2017

Fokker Four

2017

ballonvaart

2012

piloot voor één dag

2017

zweefvliegen

2018

helicoptervlucht

Mr Looping ben ik ook inmiddels. Beginnend in een viermansformatie zijn we, ik en mijn vriendin uitgewaaierd elk in één van de kisten van de Fokker 4 vanaf Lelystad airport boven het veluwemeer, waar ik mijn voormalige F16 piloot de opdracht gaf me mee te nemen in alle stunts die hij kon laten zien met het toestel. Of ik er nou misselijk van zou worden of niet (niet).  Pas op de grond voelde ik een beetje misselijkheid. Maar verder niets. Het was een grandioze dag en wederom samen met iemand die dicht bij me staat, niets mooiers als een gedeelde ervaring. En met vier kisten in formatie, die kan ik toch mooi afvinken. 

Fokker Four

En dan heb je dat gehad ga je ook nog een keer samen indoor skydiven, dat was langer in vrije val, je moest nu zelf meer sturen en ervoor werken. Met de tandemsprong was het gewoon een kwestie van je eraan overgeven en genieten van de vrije val, want dat is nog het mooiste van springen. Eindeloos naar beneden. Pas als de parachute er bij komt wordt het saai, vond ik tenminste.

Verder vond ik de ballonvaart maar gezapig, je merkt er amper iets van als je wordt meegevoerd op de wind (laat dat nou net de bedoeling zijn).


Music for the End Game.

Radiohead

Exit Music

Ede Staal

As vaaier woorden

Jussi Björling & Robert Merrill

Pearl Fishers Duet

 

"Het leven is een kostbaar cadeau; open het en geniet ervan!"