Hornsterweg 3 – Eenrum
Een historische boerenplaats en de nakomelingen van Eye Berents
Aan de Hornsterweg, even buiten het Groningse wierdedorp Eenrum, ligt een oude boerenplaats met een geschiedenis die terugvoert tot de achttiende eeuw. De boerderij maakt deel uit van de buurtschap De Horn, waar vroeger verschillende landbouwbedrijven dicht bij elkaar lagen. Voor mijn familieonderzoek is deze plek bijzonder, omdat zij gedurende een groot deel van de negentiende eeuw verbonden was met nakomelingen van Eye Berents.
Een boerderij aan een oude zeedijk
Halverwege de achttiende eeuw stonden tussen de voormalige borg Oosterhuizen en de Oude Tocht drie boerderijen aan de zuidzijde van de huidige Hornsterweg. Samen met de nabijgelegen Grinsterheerd vormden zij de kleine buurtschap De Horn. Eén van de drie boerderijen verdween omstreeks 1820, terwijl de andere twee later bekend werden als Hornsterweg 1 en Hornsterweg 3.
De ligging van deze boerderijen was niet toevallig. De Hornsterweg volgt het tracé van een oude waterkering, die vermoedelijk al in de middeleeuwen werd aangelegd om het achterliggende land tegen overstromingen te beschermen. De gronden aan de zuidzijde liggen hoger en zijn zandiger dan die aan de noordzijde. Het is een landschap dat eeuwenlang werd gevormd door de strijd tegen het water en de ontwikkeling van de landbouw.
De geschiedenis van Hornsterweg 3 is daardoor nauw verbonden met die van het omliggende gebied. Toch zijn het vooral de bewoners en hun familieverbanden die deze boerenplaats voor mijn onderzoek interessant maken.
Van Maarhuizen naar Eenrum
Een belangrijke gebeurtenis vond plaats op 1 juni 1805. Op die dag kochten Claas Berents en zijn vrouw Hilje Doewes een boerenplaats in Eenrum van Jan Hemes en Derkje Wierts. Het bedrijf omvatte dertig jukken bouw- en grasland en werd verkocht voor 6.000 gulden, met een vaste jaarlijkse huur van 120 gulden.
Claas Berents was een zoon van Berend Eijes en Anje Sygers en daarmee een kleinzoon van Eye Berents, mijn vroegst schriftelijk bewezen voorvader. Via deze familieverbinding komen we opnieuw terecht bij de nakomelingen van de bewoners van de Schaphalsterheerd in Maarhuizen.
Hilje Doewes was eerder getrouwd geweest met Luurt Claasen, landbouwer op Westerholm bij Saaxumhuizen. Na diens overlijden hertrouwde zij op 27 mei 1784 met Claas Berents. Hun huwelijk bracht verschillende bestaande familieverbanden en bezittingen samen.
Lang duurde hun gezamenlijke bezit van de boerderij niet. Op 20 februari 1806 overleed Hilje, 67 jaar oud. Haar grafsteen is te vinden in de kerk van Saaxumhuizen. Daarop worden niet alleen haar beide huwelijken vermeld, maar ook haar vijf kinderen en een kleinkind die bij haar begraven liggen. De steen draagt bovendien verschillende familiewapens en een grafschrift waarin de hoop op de wederopstanding tot uitdrukking komt.
Na haar overlijden volgde een verdeling van de bezittingen tussen Claas en de kinderen uit Hiljes eerdere huwelijk. Daarbij bleef de boerenplaats in Eenrum aan Claas toegewezen, terwijl andere familieleden onder meer Westerholm en Nienhuis verkregen.
Maar ook Claas overleed nog datzelfde jaar, op 2 oktober 1806, zonder eigen kinderen na te laten.
De familie Gredema
Op 4 november 1806 verkochten de erfgenamen de boerenplaats aan Claas' broer Sieger Berents en diens vrouw Dietje Mennes Glas. Zij woonden op dat moment op Kleine Greden en betaalden eveneens 6.000 gulden voor het bedrijf.
Sieger, geboren omstreeks 1750 in Maarhuizen, voerde later de familienaam Gredema. Hij was daarmee een andere kleinzoon van Eye Berents. Zijn huwelijk met Dietje Mennes Glas, geboren omstreeks 1769 in Eenrum, verbond opnieuw verschillende landbouwfamilies uit de streek.
De overname van de boerderij betekende niet dat zij er onmiddellijk zelf gingen wonen. Ook Kleine Greden bleef een belangrijke plaats in hun leven.
Uit de administratie blijkt dat Sieger in 1807 afspraken maakte over het beklemrecht, het typisch Groningse stelsel waarbij een boer een langdurig en vaak erfelijk gebruiksrecht op de grond bezat, terwijl een ander eigenaar van de grond bleef. De jaarlijkse huur bedroeg 120 gulden.
In de daaropvolgende jaren komen Sieger en Dietje voor als gebruikers en bezitters van verschillende percelen landbouwgrond in Eenrum en Saaxumhuizen. Daarmee vormde de boerenplaats aan de Hornsterweg een onderdeel van hun bredere landbouwbezit.
Sieger overleed op 7 juni 1814 in Eenrum, 64 jaar oud. De aangifte van zijn overlijden werd gedaan door twee buren, Jan Claassen Borkhuis en Jan Siertsma. Zijn weduwe Dietje bleef achter met de zorg voor de familiebezittingen.
In 1823 verhuisde zij volgens de bewaard gebleven gegevens van Kleine Greden naar de boerderij aan de Hornsterweg. Daarmee werd de plaats ook daadwerkelijk haar woonadres.
Een nieuwe generatie
Na het overlijden van Sieger bleef het bezit binnen de familie Gredema. In de kadastrale administratie uit de eerste helft van de negentiende eeuw worden Dietje en verschillende mede-eigenaren genoemd. Het bezit bestond uit bouwland, weiland, een tuin en het erf met de boerderij.
Dietje Mennes Glas bereikte de hoge leeftijd van negentig jaar. Zij overleed op 15 november 1859 in Eenrum. Ook haar overlijden werd aangegeven door twee buren, Pieter Davids Huninga en Jacob Doornbos, beiden afkomstig van nabijgelegen boerderijen.
Na haar dood werden de bezittingen opnieuw verdeeld. Op 9 februari 1860 kochten haar kinderen Anje en Claas Siegers Gredema uit de nalatenschap een boerenplaats met ruim zestien hectare grond. De koopprijs bedroeg 14.110 gulden, terwijl de bestaande vaste huur van 120 gulden gehandhaafd bleef.
In 1861 werd de boerderij op hun naam overgeschreven. Vanaf 23 december van dat jaar stonden zij op het adres geregistreerd, dat destijds werd aangeduid als Eenrum nummer 166.
Claas bleef zich bezighouden met het landbouwbedrijf en de bijbehorende grond. Hij overleed op 29 juni 1880, 71 jaar oud. Zijn zuster Anje zette het bezit voort en werd enkele jaren later als eigenaar geregistreerd.
Een nieuwe familie op de boerderij
Op 5 januari 1884 verkocht Anje Gredema de boerderij aan Jan Dijkveld Stol en zijn vrouw Anje Tempel. Het bedrijf omvatte op dat moment bijna zeventien hectare grond en werd verkocht voor 20.100 gulden. Ook bij deze overdracht bleef het beklemrecht bestaan, met een vaste jaarlijkse huur van 120 gulden.
Enkele maanden later, op 29 april 1884, overleed Anje Gredema op 81-jarige leeftijd. Daarmee kwam een einde aan de periode waarin de boerderij door de familie Gredema werd bezeten.
In de jaren daarna veranderde het bedrijf verder. In 1885 vermeldde het kadaster dat weiland werd omgezet in bouwland, een ontwikkeling die paste bij veranderingen in de landbouw. In 1891 vond een verbouwing van de boerderij plaats.
Na het overlijden van Jan Dijkveld Stol kwam het bedrijf in 1895 via een boedelscheiding terecht bij zijn zoon Claas Dijkveld Stol en diens vrouw Pieterke Helder.
Ook in de twintigste eeuw bleef de boerderij lange tijd binnen deze familie. Na het overlijden van Pieterke Helder in 1948 volgde opnieuw een verdeling van de nalatenschap. In 1953 kwam de boerenplaats toe aan Riektje Annie Dijkveld Stol en haar echtgenoot Steven Broeils Luitjens, die op Westerholm woonden. Claas Jan Luitjens werd vervolgens als gebruiker van het bedrijf genoemd.
Een blijvende verbinding met Maarhuizen
De geschiedenis van Hornsterweg 3 laat zien hoe een boerenplaats door huwelijken, erfenissen en verkopen van de ene generatie op de andere overging. Namen als Berents, Gredema, Dijkveld Stol en Luitjens zijn daardoor met dezelfde locatie verbonden, ieder in een eigen periode.
Voor mijn familiegeschiedenis ligt de belangrijkste betekenis bij Claas en Sieger Berents, de kleinzonen van Eye Berents. Via hen verplaatst het familieverhaal zich van de Schaphalsterheerd bij Maarhuizen naar de omgeving van Eenrum.
Daarmee wordt opnieuw zichtbaar hoe de GroniHomengse landbouwfamilies door de eeuwen heen met elkaar verbonden waren. Niet alleen door afstamming, maar ook door huwelijken, bezittingen en de gezamenlijke geschiedenis van de boerderijen waarop zij leefden en werkten.
Wat tegenwoordig eenvoudigweg Hornsterweg 3 heet, was voor eerdere generaties veel meer dan een adres. Het was hun woonplaats, hun bestaan en een stukje familiegeschiedenis dat nog altijd terug te vinden is in de archieven.