ACHTERGRONDEN
Bouwbedrijf Chr. F. Nap – Groningen
Een Groningse bouwonderneming en de verbinding met Evert Jan Lubbers
Aan het begin van de twintigste eeuw veranderde Groningen in hoog tempo. De stad groeide, nieuwe woonwijken ontstonden en aan de randen van de bestaande bebouwing werden straten aangelegd waar steeds meer woningen en bedrijven verrezen.
Een van de bouwondernemers die bij deze ontwikkeling betrokken waren, was Christiaan Ferdinand Nap. Zijn naam, en later ook die van zijn zoon, duikt regelmatig op in oude bouwvergunningen, krantenadvertenties en eigendomsregistraties.
Voor mijn familiegeschiedenis heeft dit bouwbedrijf een bijzondere betekenis. Mijn overgrootvader Evert Jan Lubbers, die in 1911 zijn opleiding tot timmerman had voltooid, zou omstreeks 1917 bij Nap hebben gewerkt. Die aanwijzing bracht mij ertoe verder te zoeken naar de onderneming en de gebouwen waarmee zij verbonden was.
Familiearchief Lubbers (bewerking)
Een familie van timmerlieden en aannemers
Christiaan Ferdinand Nap werd op 17 april 1862 in Groningen geboren. Hij was een zoon van Cornelius Nap en Trientje Rohde. Zijn vader was eveneens timmerman, zodat het ambacht binnen de familie al een langere geschiedenis kende.
Op 8 september 1887 trouwde Christiaan Ferdinand met Anna Brinker, afkomstig uit Ezinge. Ook haar vader, Andries Brinker, was timmerman. Daarmee kwamen twee families samen waarin het bouwvak een belangrijke plaats innam.
Christiaan Ferdinand ontwikkelde zich van timmerman tot bouwondernemer. Zijn zoon Christiaan Frederik Nap koos eveneens voor het aannemersvak en zette daarmee de familietraditie voort.
In historische documenten komen beide mannen voor onder vrijwel dezelfde initialen: Chr. F. Nap. Dat maakt het niet altijd eenvoudig om vast te stellen wie verantwoordelijk was voor een bepaalde bouwactiviteit. In verschillende latere vergunningen wordt de toevoeging jr. gebruikt, waardoor de jongere generatie herkenbaar wordt.
Woningbouw in een groeiend Groningen
De eerste bouwvergunningen die ik op naam van Chr. F. Nap heb teruggevonden, dateren van rond 1900. In dat jaar werd een aanvraag ingediend voor de bouw van woningen aan de Pluimerstraat.
In 1907 volgde een omvangrijker plan aan de Korreweg, waar vergunning werd aangevraagd voor vijftien gebouwen. Twee jaar later, in 1909, verschijnt de naam opnieuw, ditmaal bij een aanvraag voor zeventien gebouwen aan de Billitonstraat.
Ook in de Fivelstraat vinden we sporen van de onderneming. In 1910 werden daar verschillende aanvragen ingediend, waaronder een voor de plaatsing van een tijdelijke houten loods.
Deze adressen liggen in stadsdelen die in die periode sterk veranderden. Het voormalige open gebied maakte steeds meer plaats voor woningen, werkplaatsen en nieuwe straten. Bouwondernemers als Nap speelden daarin een rol door grond te ontwikkelen, bouwplannen in te dienen en woningen te realiseren of te laten realiseren.
De bewaard gebleven vergunningaanvragen maken duidelijk dat Nap bij verschillende projecten betrokken was. Of alle aangevraagde gebouwen daadwerkelijk werden gerealiseerd, en in welke vorm, moet voor sommige adressen nog worden vastgesteld.
Bouwactiviteiten rond de Moesstraat
In 1913 komen opnieuw omvangrijke bouwplannen naar voren. Ditmaal gaat het om aanvragen voor zeventien gebouwen in de omgeving van de Moesstraat en de Verlengde Tuinbouwstraat, naast zes gebouwen aan de Tuinbouwstraat.
Bij deze aanvragen wordt uitdrukkelijk Chr. F. Nap jr. genoemd. Dat laat zien dat inmiddels ook de volgende generatie actief betrokken was bij de bouwactiviteiten.
Een vergunning uit 1916 voor een werk- en bergplaats aan de Padangstraat 8 wijst erop dat er daarnaast behoefte was aan ruimte voor materialen, gereedschappen of andere werkzaamheden die bij het bouwbedrijf hoorden.
Zo ontstaat uit afzonderlijke archiefstukken geleidelijk een beeld van een onderneming die op verschillende locaties in de stad actief was.
Niet alleen bouwen, maar ook verhuren
De naam Nap verschijnt niet uitsluitend in bouwvergunningen.
In krantenadvertenties uit 1911 en 1912 worden woningen aangeboden waarbij belangstellenden zich tot Chr. F. Nap konden wenden. Daarbij komen onder meer de adressen Violenstraat 17 en Noorderstationstraat 26 voor, evenals telefoonnummer 1411.
Ook in advertenties van woningbureau La Gro & Zoon duikt de naam op. In 1911 werden bijvoorbeeld bovenwoningen aan de Riouwstraat 23a en 25a vermeld als eigendom van Chr. F. Nap.
Dat suggereert dat de activiteiten verder gingen dan alleen het bouwen van woningen. Nap was kennelijk ook betrokken bij het bezit en mogelijk het beheer of de verhuur van panden.
Hoe de onderneming precies georganiseerd was en welke werkzaamheden door vader of zoon werden uitgevoerd, is nog niet volledig duidelijk. De combinatie van bouwvergunningen, vastgoedbezit en verhuuradvertenties geeft echter een interessant beeld van hun zakelijke activiteiten.
De verbinding met Evert Jan Lubbers
Voor mijn eigen familieonderzoek wordt het verhaal vooral interessant rond 1917.
Mijn overgrootvader Evert Jan Lubbers, geboren in 1895 in de gemeente Noorddijk, had in 1911 zijn diploma als timmerman behaald aan de Groninger Ambachtsschool. In de jaren daarna werkte hij op verschillende plaatsen, waarbij zijn werkzame leven zich geleidelijk in de richting van het timmermansvak ontwikkelde.
Volgens mijn onderzoeksgegevens was hij omstreeks 1917 ook bij Nap werkzaam. Over de precieze duur van dit dienstverband en de werkzaamheden die hij daar verrichtte, is nog onvoldoende bekend.
Toch is het een interessant gegeven. Juist in de jaren rond zijn vermoedelijke dienstverband was het bouwbedrijf betrokken bij woningbouw en andere bouwactiviteiten in verschillende Groningse wijken.
Het is voorstelbaar dat Evert Jan aan een van deze projecten heeft meegewerkt, bijvoorbeeld bij de bouw, afwerking of het onderhoud van woningen. Maar zonder loonadministratie, een personeelsregistratie of een ander rechtstreeks document blijft dat een mogelijkheid en geen vaststaand feit.
Zijn verdere levensloop laat in ieder geval zien dat hij het timmermansvak bleef uitoefenen. In 1922 bouwde hij een eigen woning aan de Oosterhoogebrug. De bewaard gebleven bouwtekeningen en gevelstenen vormen daarvan nog altijd tastbare herinneringen.
Meer over zijn opleiding, werkzaamheden en eigen bouwprojecten is te lezen op de afzonderlijke pagina over Evert Jan Lubbers (1895–1976).
De latere sporen van Nap
Ook na de Eerste Wereldoorlog blijft de naam Nap in de Groningse bronnen voorkomen.
Een advertentie uit 1931 vermeldt Nap jr. aan de Korreweg 23. In een telefoonboek uit de naoorlogse periode komt vervolgens een Chr. F. Nap jr. voor, aangeduid als aannemer en timmerman, met een adres aan de Poelestraat 41a.
Deze vermeldingen wijzen erop dat de naam Nap nog lange tijd met het bouwvak in Groningen verbonden bleef.
Een klein stukje Groningse bouwgeschiedenis
Wat begon met een zoektocht naar een vroegere werkgever van mijn overgrootvader, leverde uiteindelijk een veel breder beeld op.
Bouwvergunningen, advertenties en eigendomsregistraties laten zien hoe de familie Nap betrokken was bij de ontwikkeling van verschillende Groningse woonstraten. De documenten vertellen tegelijkertijd iets over de mogelijkheden die de groeiende stad bood aan timmerlieden, aannemers en andere vakmensen.
Voor Evert Jan Lubbers was zijn mogelijke dienstverband bij Nap wellicht slechts een van de verschillende werkplekken in zijn loopbaan. Maar juist die verbinding maakt het interessant om ook de geschiedenis van zijn werkgever te onderzoeken.
Want achter de huizen die in een stad worden gebouwd, gaan niet alleen de namen van architecten en aannemers schuil, maar ook die van de vakmensen die er dagelijks aan hebben gewerkt.
De geschiedenis van Christiaan Ferdinand Nap en zijn vrouw Anna Brinker bracht mij ook op een andere gedachte. Wat als Anna, lang voordat de verschillende familietakken door huwelijken met elkaar verbonden raakten, al eens een van mijn andere voorouders had ontmoet?
Die gedachte vormde de aanleiding voor Het veer van het lot, een fictief verhaal waarin historische personen en gebeurtenissen samenkomen in een ontmoeting die werkelijk had kunnen plaatsvinden, maar waarvoor geen bewijs bestaat.
Een kleine verbeelding van hoe het toeval soms met familiegeschiedenis lijkt te spelen.
Bronnen en verantwoording
Dit verhaal is samengesteld aan de hand van historische bouwvergunningen, krantenadvertenties, genealogische gegevens en informatie uit het familiearchief Lubbers.
Belangrijkste bronnen
-
Groninger Archieven – Bouwvergunningen gemeente Groningen. Toegang 2129. Vergunningsaanvragen op naam van Chr. F. Nap en Chr. F. Nap jr., onder meer voor de Pluimerstraat (1900), Korreweg (1907), Billitonstraat (1909), Fivelstraat (1910), Moesstraat en Tuinbouwstraat (1913) en Padangstraat (1916).
-
Delpher – Historische kranten. Advertenties uit 1911–1912 over woningen en verhuur, met vermeldingen van Chr. F. Nap, de Violenstraat en Noorderstationstraat. Daarnaast een advertentie uit 1931 waarin Nap jr. wordt genoemd.
-
Burgerlijke stand Groningen. Geboorte-, huwelijks- en familiegegevens van Christiaan Ferdinand Nap, Anna Brinker en hun nakomelingen.
-
Familiearchief Lubbers. Persoonlijke aantekeningen en documenten over de opleiding en loopbaan van Evert Jan Lubbers.
De historische vermeldingen zijn verwerkt tot een eigen beschrijving van de bouwactiviteiten van de familie Nap. Waar niet met zekerheid vaststaat welke generatie verantwoordelijk was voor een bouwproject of welke werkzaamheden Evert Jan Lubbers voor het bedrijf verrichtte, is dit als onzekerheid aangegeven.