FAMILIELEDEN
Roelf Harms Remkes (1827–1877)
Een familie van molenaars in Bellingwolde
Langs de Hoofdweg in Bellingwolde stond ooit een korenmolen die gedurende verschillende generaties verbonden was met de familie Remkes. De molen is inmiddels verdwenen, maar zijn geschiedenis voert terug tot de achttiende eeuw en vertelt iets over een familie waarin het molenaarsbedrijf een belangrijke plaats innam.
Een van die molenaars was Roelf Harms Remkes, geboren in 1827 in Bellingwolde.
Via zijn vader Harm Jogchems Remkes bestaat er ook een verbinding met mijn eigen familiegeschiedenis. Harm komt namelijk voor in de voorouderlijke lijn van mijn grootvader Jacob Elzo Jan Huizinga.
Wat deze familie bijzonder maakt, is dat de molen niet alleen een plaats was waar graan werd gemalen, maar ook een bezit dat binnen de familie van generatie op generatie werd doorgegeven.
De geschiedenis van Roelf en zijn molen laat zien hoe familierelaties, erfenissen en het voortbestaan van een bedrijf met elkaar verweven konden zijn.
Een familie met een molenaarsverleden
Roelf Harms Remkes werd op 20 maart 1827 geboren in Bellingwolde, als zoon van Harm Jogchems Remkes en Geessien Stoffers Folkerts.
Zijn moeder was een dochter van Stoffer Folkerts, die al eerder als korenmolenaar in Bellingwolde werkzaam was.
Daarmee bestond er aan moederszijde een rechtstreekse verbinding met het molenaarsbedrijf.
Stoffer Folkerts was niet zomaar een naam in de familiegeschiedenis. In 1825 verkreeg hij samen met Jacob Molema het alleenrecht op het malen van graan in Bellingwolde.
Dat is een bijzonder gegeven, omdat het iets vertelt over de positie van de molenaars in het dorp.
Graan moest worden gemalen voordat het onder meer tot brood kon worden verwerkt. Een korenmolen vervulde daardoor een belangrijke economische functie voor de landbouwers en inwoners van de omgeving.
Wie over een molen beschikte, had niet alleen een gebouw in bezit, maar ook een bedrijf dat nauw verbonden was met het dagelijks leven in het dorp.
De molen van Stoffer Folkerts kwam later via familieverbanden in handen van de Remkes-familie.
Volgens de overgeleverde eigenaarsgeschiedenis werd het bedrijf na Stoffer voortgezet door zijn schoonzoon Harm Jogchems Remkes en vervolgens door diens zoon Roelf.
De precieze eigendomsoverdrachten moeten nog aan de hand van oorspronkelijke akten worden gereconstrueerd.
Een huwelijk over de grens
Op 1 mei 1854 trouwde Roelf Harms Remkes met Hilje Karsens Dinkela.
Het huwelijk vond plaats in Stapelmoor, net over de Duitse grens bij het Oost-Friese Weener.
Hilje was in 1833 geboren in Bunder-Neuland, eveneens in Oost-Friesland.
De grens tussen Groningen en Oost-Friesland vormde in de negentiende eeuw geen strikte scheiding tussen de families aan weerszijden. Er bestonden volop contacten, onder meer door handel, werk en huwelijken.
Het huwelijk van Roelf en Hilje past binnen die regionale verbondenheid.
Na hun huwelijk raakten zij betrokken bij de molen aan de Hoofdweg in Bellingwolde.
Volgens de verzamelde familiegegevens werd de molen verworven uit een familieboedel. Hoe de aankoop precies verliep en welke bezittingen daarbij waren betrokken, is nog niet vastgesteld.
Wel blijkt uit de latere eigenaarsgeschiedenis dat Roelf de molen in bezit kreeg en dat deze daarna binnen zijn gezin bleef.
Een molen met een lange voorgeschiedenis
De molen waarmee Roelf verbonden was, had al een aanzienlijke geschiedenis.
Volgens de molenhistorische gegevens stond op deze plaats in 1788 al een roggemolen.
In 1801 werd er een nieuwe koren- en pelmolen gebouwd. Deze molen werd gebruikt voor het malen van graan en het pellen van onder meer gerst.
Het was een zogenaamde stellingmolen.
Een stelling is een verhoogde omloop rondom de molen, vanwaar de molenaar de wieken kon bedienen en de molen naar de wind kon zetten.
Een dergelijke constructie maakte het mogelijk een hoge molen te bouwen, zodat de wieken voldoende wind konden vangen boven de bebouwing en begroeiing in de omgeving.
De molen stond aan de westzijde van de Hoofdweg, ongeveer driehonderd meter ten zuid-zuidwesten van de kerk van Bellingwolde.
De ligging maakte hem tot een herkenbaar onderdeel van het dorpsbeeld.
Gedurende de negentiende eeuw kwam de molen achtereenvolgens voor in de eigendomsgeschiedenis van Stoffer Folkerts, Harm Jogchems Remkes en Roelf Harms Remkes.
Maar in 1869 werd deze lange geschiedenis plotseling onderbroken.
De brand van 1869
In 1869 werd de bestaande koren- en pelmolen door brand verwoest.
Voor Roelf betekende dat het verlies van het gebouw waarin het familiebedrijf werd uitgeoefend.
Wat de brand veroorzaakte en hoe groot de schade precies was, heb ik nog niet kunnen achterhalen.
Wel staat vast dat de molen niet definitief verdween.
Nog in hetzelfde jaar werd voor Roelf Harms Remkes een nieuwe molen gebouwd.
Daarmee kon het molenaarsbedrijf op dezelfde plaats worden voortgezet.
De nieuwe molen was een stenen stellingmolen met een met hout beklede kap. De beide roeden waren voorzien van oudhollandse ophekking en hadden een vlucht van ongeveer 74 voet.
Dat betekent dat de wieken een cirkel met een diameter van ruim twintig meter beschreven.
Het moet opnieuw een opvallend bouwwerk zijn geweest langs de Hoofdweg.
De herbouw laat zien dat het bedrijf na de brand werd voortgezet. Welke financiële gevolgen de brand en de nieuwbouw voor Roelf hadden, is vooralsnog niet bekend.
Mogelijk kunnen oude verzekeringsdocumenten, notariële akten of krantenberichten daarover nog meer duidelijkheid geven.
De molen blijft in de familie
Roelf Harms Remkes overleed in 1877, vijftig jaar oud.
Zijn echtgenote Hilje Karsens Dinkela bleef achter als weduwe. Zij overleed in 1904.
De molen verdween na Roelfs overlijden niet uit het familiebezit.
In de bewaard gebleven eigenaarsgegevens wordt zijn weduwe onder meer in 1895 genoemd.
Daarna komen andere leden van de familie Remkes als eigenaar voor.
Zo wordt rond 1906 een K. Remkes vermeld, terwijl vanaf 1926 een R. Remkes als eigenaar wordt genoemd.
Deze vermeldingen laten zien dat de familieband met de molen gedurende lange tijd bleef bestaan.
Over de dagelijkse bedrijfsvoering in deze latere periode is nog weinig bekend. Ook moet nader worden onderzocht welke familieleden achter de initialen in de eigenaarslijsten schuilgaan.
Het eigendom van de molen betekent bovendien niet automatisch dat ieder familielid zelf als molenaar werkzaam was.
Maar de opeenvolging van namen maakt duidelijk dat de molen nog lang met de familie Remkes verbonden bleef.
Van windkracht naar een motor
In de twintigste eeuw veranderde het molenaarsbedrijf ingrijpend.
Steeds vaker werd de traditionele windkracht vervangen of aangevuld door mechanische aandrijving.
Ook de molen van Remkes ontkwam niet aan die ontwikkeling.
In 1922 werd het grootste deel van de molen afgebroken door molenmaker M. Wiertsema.
Het onderste gedeelte bleef behouden.
Daarin stond in 1924 een Bronsmotor van 25 paardenkrachten.
De maalwerkzaamheden konden daarmee onafhankelijk van de wind worden uitgevoerd.
Het was een ingrijpende verandering. Waar de oorspronkelijke molenaar rekening moest houden met de windrichting en de hoeveelheid beschikbare wind, maakte een motor een regelmatiger bedrijfsvoering mogelijk.
Het karakteristieke silhouet van de hoge windmolen was toen echter al verdwenen.
Het overgebleven onderstuk was herkenbaar aan de versiering met zwarte stenen in een ruitvormig patroon.
Uiteindelijk werd ook dit laatste gedeelte in 1964 afgebroken.
Daarmee verdween het laatste zichtbare restant van de molen die zo lang met de familie Remkes verbonden was geweest.
Een verdwenen molen, een gebleven familiegeschiedenis
Van de molen van Remkes is tegenwoordig niets meer over.
De oorspronkelijke molen uit 1801 verdween door de brand in 1869. Zijn opvolger werd in 1922 grotendeels afgebroken, waarna het laatste restant in 1964 verdween.
Toch is de geschiedenis ervan bewaard gebleven.
Via oude molenbeschrijvingen kennen we de plaats, de bouwwijze en de opeenvolgende eigenaren. Genealogische gegevens vertellen hoe de familiebanden in elkaar zaten en hoe het bedrijf verschillende generaties met elkaar verbond.
Voor mijn eigen onderzoek is vooral die familieverbinding van belang.
Via Harm Jogchems Remkes voert de geschiedenis van de molenaars in Bellingwolde ook naar mijn eigen voorouders.
Het verhaal van Roelf Harms Remkes is daarmee meer dan de geschiedenis van één persoon of één molen.
Het laat zien hoe een bedrijf onderdeel kon worden van een familiegeschiedenis, hoe het ondanks tegenslagen werd voortgezet en hoe het uiteindelijk verdween toen de wereld om het molenaarsbedrijf veranderde.
De molen is verdwenen. Maar de namen van de mensen die hem bezaten en draaiende hielden, zijn gebleven.
Bronnen en verantwoording
Dit verhaal is samengesteld uit genealogisch onderzoek en historische gegevens over de verdwenen molen van Remkes aan de Hoofdweg in Bellingwolde.
Gebruikte bronnen
-
Familieonderzoek Remkes en Huizinga. Gegevens over Roelf Harms Remkes (1827–1877), zijn ouders Harm Jogchems Remkes en Geessien Stoffers Folkerts, en de familieverbinding met Jacob Elzo Jan Huizinga.
-
Genealogische gegevens familie Remkes. Huwelijk van Roelf Harms Remkes en Hilje Karsens Dinkela op 1 mei 1854 te Stapelmoor, Oost-Friesland.
-
Nederlandse Molendatabase – Molen van Remkes, Bellingwolde. Gegevens over de oorspronkelijke molen uit 1801, de functie en de standplaats aan de Hoofdweg.
-
Historisch Bellingwedde – Watermolens in Bellingwolde. Historische publicatie met informatie over korenmolenaar Stoffer Folkerts en het in 1825 verkregen maalrecht.
-
Groninger molenhistorische gegevens, zoals verzameld op de oorspronkelijke pagina. Beschrijving van de herbouw in 1869, de eigenaars van de molen, de gedeeltelijke afbraak in 1922, de Bronsmotor uit 1924 en de definitieve afbraak in 1964.
-
Aanvullende genealogische registraties. Gegevens over de familie Folkerts, de familie Remkes en de latere eigenaren van de molen.
Verantwoording
De familierelaties tussen Stoffer Folkerts, Geessien Stoffers Folkerts, Harm Jogchems Remkes en Roelf Harms Remkes zijn ontleend aan genealogische registraties.
De overlevering dat Roelf en Hilje de molen uit een familieboedel verwierven, is nog niet gecontroleerd aan de hand van een oorspronkelijke verkoop- of boedelscheidingsakte.
De historische beschrijving van de molen is gebaseerd op verzamelde molengegevens. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de molen uit 1801, die in 1869 verdween, en zijn opvolger die in hetzelfde jaar werd gebouwd.
De oorspronkelijke molen is ook afzonderlijk opgenomen in de Nederlandse Molendatabase. De latere geschiedenis van de opvolger, waaronder de gedeeltelijke afbraak in 1922 en de definitieve afbraak in 1964, vraagt nog om verdere controle in oorspronkelijke archivalische bronnen.
Ook de precieze identiteit van de latere eigenaren die uitsluitend met initialen worden vermeld, moet nog worden vastgesteld.
Dit verhaal kan verder worden aangevuld wanneer oude eigendomsakten, bouwgegevens, verzekeringsdocumenten of historische afbeeldingen beschikbaar komen.