FAMILIELEDEN
Jurrienus Wedema (1904–1962)
Van scheepskapitein tot reder – het bijzondere verhaal van de Hoendiep en de Capri
Soms leidt het onderzoek naar een aangetrouwd familielid tot een geschiedenis die veel verder reikt dan de familieband alleen. Dat geldt zeker voor Jurrienus Wedema, een Groningse scheepskapitein die later als reder actief was in de kustvaart.
Zijn naam kwam ik tegen via de familie Gejas. Maar bij het zoeken naar informatie over zijn leven ontdekte ik vooral de opmerkelijke geschiedenis van het motorschip Hoendiep, dat hij in 1938 kocht.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het schip door de Duitsers gevorderd en ingezet voor transporten langs de Noorse kust. Het raakte zwaar beschadigd bij een luchtaanval, liep later vast op de Zweedse rotskust en werd onderwerp van een diplomatiek geschil tussen Nederland, Duitsland en Zweden.
Na de oorlog keerde de Hoendiep terug naar Nederland en kon het schip uiteindelijk weer in de vaart worden gebracht.
Maar daarmee eindigde de maritieme loopbaan van Jurrienus niet. In 1951 liet hij samen met een zakenpartner de nieuwe kustvaarder Capri bouwen. Later werd hij daarvan zelfstandig eigenaar.
Over zijn persoonlijke leven is nog betrekkelijk weinig bekend. Toch vertellen de bewaard gebleven scheepsregistraties, krantenberichten en documenten een bijzonder verhaal over een man wiens werkzame leven nauw verbonden was met de Nederlandse kustvaart.
Van Oude Pekela naar de scheepvaart
Jurrienus Wedema werd in 1904 geboren in Oude Pekela, als zoon van Harm Wedema en Engelina Mellema.
Zijn vader was monteur van beroep. Of Jurrienus van huis uit al belangstelling had voor de scheepvaart, is niet bekend. Ook over zijn jeugd, opleiding en eerste jaren op het water ontbreken vooralsnog gegevens.
Wel weten we dat hij zich al op betrekkelijk jonge leeftijd tot scheepskapitein had ontwikkeld.
Op 29 juli 1932 trouwde hij in Groningen met Annegien Gejas, geboren in Hoogezand. In de huwelijksakte werd Jurrienus, op dat moment 28 jaar oud, aangeduid als scheepskapitein.
Annegien was een dochter van Willem Gejas en Eifina Bouman. Haar vader was werkzaam bij de Nederlandse Spoorwegen en stond bij het huwelijk geregistreerd als brugwachter.
Via dit huwelijk ontstond ook de verbinding met mijn eigen familiegeschiedenis.
Annegien had een zus, Jeichina Gejas, die getrouwd was met mijn grootvader Jacob Elzo Jan Huizinga. Daarmee waren Jurrienus Wedema en mijn grootvader zwagers.
Bijzonder is dat beide mannen werkzaam waren in sectoren die belangrijk waren voor de ontwikkeling van het vervoer in Nederland. Jacob Elzo Jan was actief in de wegenbouw, terwijl Jurrienus zijn loopbaan op het water had opgebouwd.
HOENDIEP, Noorderhaven Groningen
Een eigen schip: de Hoendiep
In juni 1938 zette Jurrienus een belangrijke stap in zijn loopbaan.
Hij kocht het motorschip Henderika van kapitein R. Kunst uit Groningen en bracht het onder de nieuwe naam Hoendiep in de vaart.
Het schip was in 1929 gebouwd bij scheepswerf Gideon in Groningen en begin 1930 afgeleverd. Het was een stalen motorvrachtschip van ruim 35 meter lang, uitgerust met een Deutzmotor van 150 pk.
Met een laadvermogen van ongeveer 240 ton was het geschikt voor het vervoer van goederen over zee en tussen Europese havens.
De aankoop haalde zelfs de krant.
Op 28 juni 1938 meldde De Eemsbode dat de voormalige Henderika aan kapitein J. Wedema was verkocht. Op dat moment lag het schip in Delfzijl, geladen met aardappelmeel voor Londen.
Dat is een mooi detail, omdat het meteen een beeld geeft van de werkzaamheden waarvoor Jurrienus zijn nieuwe schip gebruikte.
De Hoendiep maakte deel uit van de Nederlandse kleine handelsvaart. Dit soort schepen, vaak aangeduid als kustvaarders of coasters, vervoerde uiteenlopende ladingen tussen Nederlandse, Britse, Scandinavische en andere Europese havens.
In de scheepsregisters verschijnt Jurrienus vanaf 27 juni 1938 als eigenaar en beheerder van de Hoendiep, met Groningen als thuishaven.
Een jaar later werd de exploitatie vermeld onder beheer van Carebeka N.V. in Groningen, terwijl Wedema eigenaar bleef.
Het leek het begin van een nieuwe periode in zijn loopbaan.
Maar de Tweede Wereldoorlog zou de geschiedenis van zijn schip ingrijpend veranderen.
De Hoendiep tijdens de Duitse bezetting
Na de Duitse inval in mei 1940 veranderden de omstandigheden voor de Nederlandse koopvaardij drastisch.
Een deel van de Nederlandse handelsvloot bevond zich buiten het bezette gebied en bleef varen voor de geallieerden. Andere schepen werden door de Duitse autoriteiten in beslag genomen of voor eigen transportdoeleinden ingezet.
Dat laatste gebeurde ook met de Hoendiep.
Volgens de historische scheepsregistratie werd het schip op 30 mei 1941 door de Duitse Kriegsmarine in beslag genomen ten behoeve van de Transportflotte Speer.
Andere, kort na de oorlog verschenen krantenberichten noemen 1942 als het jaar waarin het schip werd gevorderd. De precieze administratieve gang van zaken verdient daarom nog nader onderzoek.
Wat vaststaat, is dat de Hoendiep tijdens de bezetting voor Duitse transporten werd ingezet.
Het schip voer onder meer langs de Noorse kust, waar de Duitse oorlogsmachine afhankelijk was van een voortdurende aanvoer van voorraden, brandstoffen en materieel.
Voor een betrekkelijk kleine Nederlandse kustvaarder was dat gevaarlijk vaargebied. Het noorden van Noorwegen was militair van groot belang en werd regelmatig aangevallen door geallieerde strijdkrachten, waaronder de Sovjetluchtmacht.
De Hoendiep zou de oorlog dan ook niet ongeschonden doorkomen.
Een verwoestende brand in Kirkenes
In september 1943 lag de Hoendiep in de haven van Kirkenes, in het uiterste noorden van Noorwegen.
Tijdens een luchtaanval van de Sovjetluchtmacht werd een trein met benzine getroffen die zich op de kade bevond. De brand die daarop volgde, sloeg ook over naar de nabijgelegen Hoendiep.
De gevolgen waren ernstig.
Het voorschip brandde grotendeels uit, waaronder de ruimte waar bemanningsleden sliepen. Ook het stuurhuis, de houten luiken, de laadbomen en delen van de scheepsuitrusting gingen verloren.
Door de intense hitte raakten zelfs verschillende stalen constructiedelen vervormd.
Op 18 september 1943 werd de schade opgenomen. Volgens de later samengestelde scheepskroniek was deze zo omvangrijk dat het schip onder normale omstandigheden waarschijnlijk economisch verloren zou zijn verklaard.
Maar de Duitse autoriteiten hadden behoefte aan ieder beschikbaar transportschip. Daarom werd besloten de Hoendiep te herstellen.
Uit de bewaard gebleven geschiedenis blijkt dus dat het schip tijdens de oorlog op verschillende momenten zwaar beschadigd raakte, maar telkens opnieuw werd hersteld of geborgen.
Over de persoonlijke betrokkenheid van Jurrienus bij deze gebeurtenissen is niets met zekerheid bekend. Hij was eigenaar van het schip geweest, maar de Duitse vordering betekende dat hij niet langer vrij over de inzet ervan kon beschikken.
We weten ook niet of hij tijdens deze periode zelf nog aan boord was. Het zou onjuist zijn om de ervaringen van het schip zonder meer aan Jurrienus persoonlijk toe te schrijven.
Een tweede ramp voor de Zweedse kust
Na de brand in Kirkenes was de geschiedenis van de Hoendiep nog lang niet ten einde.
Op 4 maart 1945, enkele maanden voor het einde van de oorlog in Europa, liep het schip vast op rotsen bij Storö aan de Zweedse westkust.
Het stond toen onder gezag van de Duitse kapitein Richard Appiarius en vervoerde onder meer stoomketels, generatoren, een motor en machineonderdelen.
Door de aanhoudende golfslag raakte de romp lek en stroomde water de machinekamer binnen.
De situatie was ernstig.
Een eerste poging om het schip los te trekken mislukte. Uiteindelijk werd vanuit Göteborg de bergingssleepboot Harald ingeschakeld.
Met veel moeite lukte het de bergers om de Hoendiep van de rotsen te krijgen. Tijdens de berging moest voortdurend water worden weggepompt om te voorkomen dat het schip verder volliep.
Op 7 maart bereikte het zwaar beschadigde schip Göteborg.
Daar werden noodreparaties uitgevoerd, waarna het in beginsel weer geschikt werd geacht om onder gunstige omstandigheden te worden weggesleept.
Maar juist op dat moment ontstond een nieuw probleem.
Van scheepsramp naar diplomatiek geschil
De Duitse autoriteiten wilden de Hoendiep vanuit Zweden laten overbrengen naar Aalborg in Denemarken.
Daarvoor moest eerst het bergingsloon worden betaald. De waarde van het schip en de lading werd vastgesteld en na onderhandelingen werd het hulploon bepaald op 25.000 Zweedse kronen.
Toen de sleepboot Elbe op 21 maart 1945 arriveerde om de Hoendiep mee te nemen, leek het erop dat het schip binnenkort weer naar Duits gebied zou vertrekken.
Maar de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Zweden greep in.
De Nederlandse ambassade wees de Zweedse autoriteiten erop dat de Hoendiep oorspronkelijk een Nederlands schip was en vroeg om het vast te houden.
Daarmee ontstond een geschil over de vraag wie juridisch als eigenaar moest worden beschouwd.
Van Duitse zijde werd aangevoerd dat de Hoendiep inmiddels eigendom van de Duitse staat was geworden. De Zweedse autoriteiten vonden echter dat een eventuele Duitse inbeslagneming niet automatisch betekende dat zij dat eigendomsrecht moesten erkennen.
Zweden was tijdens de oorlog neutraal gebleven en wilde niet zonder meer een door de bezetter gevorderd schip aan Duitsland afstaan.
Daarom werd besloten de Hoendiep voorlopig in Göteborg vast te houden, totdat de eigendomsverhoudingen duidelijk waren.
De discussie kreeg daarmee een internationale dimensie. Wat ooit een Groningse kustvaarder van Jurrienus Wedema was geweest, werd nu onderwerp van overleg tussen diplomaten en overheidsinstanties.
Eind maart 1945 was de zaak nog niet opgelost.
Enkele weken later kwam de oorlog in Europa ten einde.
De eigendomsverhoudingen tijdens de oorlog
Opmerkelijk is dat Jurrienus ondertussen ook zakelijk bij de Hoendiep betrokken bleef.
Uit de scheepsdocumentatie blijkt dat hij op 10 augustus 1944 de onverdeelde helft van het schip verkocht aan schipper Frederik Eefting uit Zwartsluis.
De overeengekomen koopsom bedroeg 32.500 gulden, vermeerderd met rente. Daarbij werd vastgelegd dat de gezamenlijke exploitatie met terugwerkende kracht vanaf 30 mei 1942 voor rekening van beide betrokkenen zou worden beschouwd.
Dit is een bijzondere overeenkomst, omdat de Hoendiep zich op dat moment onder Duitse controle bevond.
Welke informatie de Nederlandse eigenaren precies hadden over de toestand en het gebruik van het schip, blijkt niet volledig uit de beschikbare stukken.
De latere onderzoeker Ben Scholten merkte op dat het aannemelijk is dat de eigenaren de omvangrijke brandschade uit 1943 niet kenden, omdat daarvan in de Nederlandse eigendomsdocumenten geen melding werd gemaakt.
Dat blijft echter een interpretatie van de beschikbare gegevens.
De overeenkomst laat vooral zien dat Jurrienus ook gedurende de oorlog betrokken bleef bij de zakelijke kant van het schip, terwijl het schip zelf onder omstandigheden voer waarover de eigenaren vermoedelijk weinig zeggenschap hadden.
De terugkeer naar Nederland
Na de oorlog moest de zwaar beschadigde Hoendiep uiteindelijk terug naar Nederland worden gebracht.
Op 30 januari 1946 vertrok het schip op sleeptouw uit Göteborg. Op 7 februari arriveerde het in Delfzijl.
Daarmee was de lange oorlogsgeschiedenis nog niet helemaal afgesloten.
Het schip had immers niet alleen de brand in Kirkenes en de stranding voor de Zweedse kust doorgemaakt, maar moest ook technisch in een zodanige staat worden gebracht dat het opnieuw voor de handelsvaart kon worden gebruikt.
De Hoendiep kwam uiteindelijk terecht bij scheepswerf en machinefabriek Welgelegen in Harlingen, waar omvangrijke reparaties werden uitgevoerd.
In augustus 1947 meldde het Nieuwsblad van het Noorden dat de werkzaamheden waren afgerond en dat het schip weer gereed was om uit te varen.
Na jarenlang buiten Nederland te zijn geweest, kon de Hoendiep eindelijk terugkeren in de normale handelsvaart.
De geschiedenis van het schip moet voor Jurrienus zakelijk van grote betekenis zijn geweest. Of hij de gebeurtenissen ook persoonlijk als een verlies, opluchting of overwinning ervoer, weten we niet.
Daarvoor ontbreken persoonlijke brieven of herinneringen.
Maar de terugkeer van de Hoendiep laat wel zien hoe ingewikkeld de gevolgen van de oorlog voor particuliere scheepseigenaren konden zijn.
Een nieuwe stap: de kustvaarder Capri
Na de oorlog bleef Jurrienus actief binnen de scheepvaart.
In 1951 begon een nieuw hoofdstuk in zijn loopbaan, toen hij samen met Renke Koopmans een nieuwe kustvaarder liet bouwen.
Het schip kreeg de naam Capri.
De bouw vond plaats bij de scheepswerf van de Gebroeders Coops in Hoogezand. Op 12 september 1951 werd het schip te water gelaten.
De Capri was groter dan de Hoendiep. Het nieuwe motorvrachtschip had een lengte van ongeveer 43 meter en een laadvermogen van bijna 400 ton.
De voortstuwing werd verzorgd door een Bronsmotor van 195 pk, gebouwd door de Appingedammer Bronsmotorenfabriek.
Op 7 december 1951 werd het schip afgeleverd.
Drie dagen later berichtte het Nieuwsblad van het Noorden over de geslaagde proefvaart op de Eems. Volgens het bericht was de kustvaarder gebouwd in opdracht van de heren Wedema en Koopmans, respectievelijk uit Groningen en Delfzijl.
Na de proefvaart zou de Capri in Delfzijl een lading ijzeroer innemen voor Colchester in Engeland.
De geschiedenis van dit schip laat zien dat Jurrienus niet alleen als kapitein werkzaam was geweest, maar zich inmiddels ook als ondernemer binnen de kustvaart had ontwikkeld.
Samen met Koopmans was hij betrokken bij de financiering en exploitatie van een nieuw schip, dat speciaal voor hun onderneming was gebouwd.
Zelfstandig reder
De Capri werd aanvankelijk geregistreerd op naam van Koopmans' & Wedema's Scheepvaartbedrijf, met Carebeka N.V. als beheerder.
Op 31 augustus 1955 vond een wijziging plaats.
Vanaf die datum werd Jurrienus Wedema in de scheepsregistratie als enige eigenaar van de Capri genoemd.
Dat is een belangrijk gegeven voor zijn levensverhaal.
In 1932 werd hij in zijn huwelijksakte nog aangeduid als scheepskapitein. In 1938 had hij zijn eigen motorschip gekocht. Na de oorlog was hij betrokken bij de bouw van een nieuwe kustvaarder en vanaf 1955 stond hij daarvan als zelfstandig eigenaar geregistreerd.
Daarmee was hij uitgegroeid tot reder: iemand die voor eigen rekening een schip of meerdere schepen exploiteert, doorgaans met hulp van een scheepsbeheerder of bevrachtingskantoor.
Over de omvang van zijn onderneming en de financiële resultaten is nog weinig bekend.
Wel blijkt uit de maritieme documentatie dat de Capri in de jaren vijftig en zestig actief bleef in de Europese kustvaart.
Een van de gebeurtenissen die het nieuws haalden, vond plaats in september 1960.
Een aanvaring bij Stockholm
Op 22 september 1960 meldden Nederlandse kranten dat de Capri in de omgeving van Stockholm in aanvaring was gekomen met het Finse schip Elna.
De Finse aak raakte daarbij lek, maar de schade bleek gelukkig beperkt.
De Capri liep zelf geen schade op en nam de beschadigde Elna op sleeptouw naar Stockholm.
Onderweg kwam ook een Zweedse reddingboot het gezelschap tegemoet.
Het incident is een aardig voorbeeld van de gebeurtenissen die zich tijdens de normale exploitatie van een kustvaarder konden voordoen.
Niet iedere reis verliep probleemloos, maar ook na een aanvaring kon de bemanning een belangrijke rol spelen bij het helpen van een ander schip.
Of Jurrienus op dat moment zelf aan boord was, is onbekend. De krantenberichten beschrijven de gebeurtenis rond het schip en de rederij, maar noemen hem niet als gezagvoerder.
| Date/Name Ship | 1938-06-27 HOENDIEP |
|---|---|
| Manager: | Jurrienus Wedema, Groningen, Groningen, Netherlands |
| Eigenaar: | Jurrienus Wedema, Groningen, Groningen, Netherlands |
| Shareholder: | |
| Homeport / Flag: | Groningen / Netherlands |
| Callsign: | PESF |
| Date/Name Ship | 1939-00-00 HOENDIEP |
|---|---|
| Manager: | Carebeka N.V., Groningen, Groningen, Netherlands |
| Eigenaar: | Jurrienus Wedema, Groningen, Groningen, Netherlands |
| Shareholder: | |
| Homeport / Flag: | Groningen / Netherlands |
| Callsign: | PEQK |
De samenwerking met Carebeka
Bij de exploitatie van zijn schepen werkte Jurrienus Wedema jarenlang samen met Carebeka N.V. in Groningen, een scheepvaartonderneming die op 22 mei 1939 was opgericht als gezamenlijk bevrachtingskantoor voor kustvaarders.
Carebeka vertegenwoordigde de belangen van scheepseigenaren en verzorgde de bevrachting en het beheer van hun schepen. Voor kleinere reders, die vaak slechts één of enkele schepen bezaten, bood deze samenwerking de mogelijkheid om vrachtopdrachten te verkrijgen en zakelijke werkzaamheden gezamenlijk te organiseren.
Al in 1939 werd Carebeka als scheepsmanager van Jurrienus' motorschip Hoendiep vermeld. De samenwerking werd later voortgezet bij de Capri, die in 1951 voor rekening van Jurrienus Wedema en Renke Koopmans werd gebouwd.
Ook nadat Jurrienus in 1955 als enige eigenaar van de Capri werd geregistreerd, bleef Carebeka het schip beheren.
Inmiddels was het Groningse bevrachtingskantoor uitgegroeid tot een belangrijke onderneming binnen de Nederlandse kustvaart. Bij het 25-jarig bestaan in 1964 waren maar liefst 87 schepen bij het bedrijf in bevrachting.
De samenwerking met Carebeka laat zien dat Jurrienus als scheepseigenaar deel uitmaakte van een veel groter netwerk van Groningse reders, bevrachters en scheepsbouwers. Zijn eigen schepen vormden daarmee een klein, maar herkenbaar onderdeel van de Nederlandse kustvaartgeschiedenis.
Zijn laatste levensjaren
Over het persoonlijke leven van Jurrienus en Annegien in de naoorlogse jaren heb ik nog weinig informatie kunnen vinden.
De maritieme bronnen vertellen vooral over de schepen en de zakelijke activiteiten, niet over het gezinsleven.
Wat wel duidelijk wordt, is dat Jurrienus tot in zijn laatste levensjaren nauw met de scheepvaart verbonden bleef.
Bij zijn overlijden werd hij in de burgerlijke stand niet meer aangeduid als scheepskapitein, maar als reder.
Jurrienus Wedema overleed op 17 december 1962 in Eelderwolde, destijds behorend tot de gemeente Haren. Hij was 58 jaar oud.
Zijn vrouw Annegien Gejas bleef achter als weduwe.
De Capri bleef na zijn overlijden nog enige tijd onder Nederlandse vlag varen. In augustus 1963 werd het schip overgedragen aan een Zweedse eigenaar en kreeg het de naam Falken.
Daarmee kwam ook voor de Capri een einde aan de periode waarin het schip verbonden was aan de naam Wedema.
Meer dan een naam in de familiegeschiedenis
Wat begon als een kleine zoektocht naar de echtgenoot van Annegien Gejas, bracht mij uiteindelijk bij een opmerkelijk stukje Nederlandse scheepvaartgeschiedenis.
Jurrienus Wedema was niet uitsluitend een aangetrouwd familielid. Hij was scheepskapitein, eigenaar van de Hoendiep en later betrokken bij de bouw en exploitatie van de Capri.
Vooral de oorlogsgeschiedenis van de Hoendiep is bijzonder.
Het schip werd door de Duitse bezetter gevorderd, raakte zwaar beschadigd in Noorwegen, strandde voor de Zweedse kust en werd daarna onderwerp van een diplomatiek geschil. Uiteindelijk keerde het terug naar Nederland en werd het opnieuw in de vaart gebracht.
Daarna volgde voor Jurrienus nog een nieuwe periode als reder.
Toch weten we nog lang niet alles over de man achter deze schepen. Zijn persoonlijke ervaringen tijdens de oorlog, zijn dagelijkse werkzaamheden en zijn gezinsleven blijven vooralsnog grotendeels buiten beeld.
Maar de geschiedenis van zijn schepen geeft zijn naam inmiddels een veel duidelijkere plaats in het verleden.
Soms vertelt een schip bijna een volledig verhaal. De man die het bezat, blijft daarbij nog gedeeltelijk verborgen.
Bronnen en verantwoording
Dit levensverhaal is samengesteld uit genealogische gegevens, historische scheepsregisters, krantenberichten en documentatie over de Nederlandse kustvaart.
Gebruikte bronnen
-
Burgerlijke stand Groningen, 29 juli 1932. Huwelijksakte van Jurrienus Wedema en Annegien Gejas, aktenummer 510. Met de namen van hun ouders en de beroepsvermelding scheepskapitein.
-
Burgerlijke stand Haren, 1962. Overlijdensakte van Jurrienus Wedema, overleden op 17 december 1962 in Eelderwolde, aktenummer 134. Met de beroepsvermelding reder.
-
Stichting Maritiem Historische Data – Hoendiep, voorheen Henderika. Scheepsregister, eigendomsgegevens, technische bijzonderheden en uitgebreide historische kroniek, waaronder bijdragen van maritiem onderzoeker Ben Scholten.
-
De Eemsbode, 28 juni 1938. Bericht over de aankoop van de Henderika door Jurrienus Wedema en de nieuwe naam Hoendiep.
-
Historische scheepsdocumentatie, 1941–1945. Gegevens over de Duitse vordering, het gebruik door de Transportflotte Speer, de brand in Kirkenes, de stranding bij Storö en het diplomatieke geschil in Zweden, zoals opgenomen in de scheepskroniek.
-
Lloyd's List, februari 1946. Vermelding van de terugkeer van de beschadigde Hoendiep naar Nederland, aangehaald in de scheepskroniek.
-
Nieuwsblad van het Noorden, 30 augustus en 18 september 1947. Berichten over de oorlogsgeschiedenis en het herstel van de Hoendiep.
-
Stichting Maritiem Historische Data – Capri (1951). Scheepsregister, eigendomsgegevens, tewaterlating, proefvaart en latere geschiedenis van de kustvaarder.
-
Nieuwsblad van het Noorden, 13 september en 10 december 1951. Berichten over de tewaterlating en proefvaart van de Capri.
-
Nieuwsblad van het Noorden en Leeuwarder Courant, 22 september 1960. Berichten over de aanvaring tussen de Capri en de Finse Elna bij Stockholm.
-
Nieuwsblad van het Noorden, 20 mei 1964. Jubileumbericht ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van Carebeka N.V. te Groningen, met informatie over de oprichting, aandeelhouders, directie en bevrachtingsactiviteiten.
-
Nationaal Archief, toegang 2.09.112, dossier 56414. Vennootschapsdossier Carebeka N.V., later Carebeka B.V., Groningen (1939–1983). Archiefbeschrijving geraadpleegd; het dossier zelf nog niet ingezien.
-
Stichting Maritiem Historische Data. Scheepsregistraties van de Hoendiep en de Capri, met Carebeka N.V. als scheepsmanager.
-
National Maritime Museum, Greenwich. Historisch fotonegatief van de Capri (collectienummer N52631), met vermelding van J. Wedema, Koopmans & Wedema en Carebeka N.V.
Verantwoording
De gegevens over Jurrienus Wedema als scheepskapitein en reder zijn ontleend aan officiële registraties. De geschiedenissen van de Hoendiep en Capri zijn gereconstrueerd aan de hand van maritieme documentatie en historische krantenberichten.
De beschikbare bronnen beschrijven vooral de schepen en hun zakelijke exploitatie. Zij geven niet altijd inzicht in de persoonlijke aanwezigheid of betrokkenheid van Jurrienus bij de gebeurtenissen. Vooral tijdens de Duitse vordering van de Hoendiep is daarom bewust onderscheid gemaakt tussen de geschiedenis van het schip en die van de eigenaar.
Over de precieze datum van de Duitse vordering bestaan verschillen tussen de registraties en naoorlogse krantenberichten. Ook de vermelding van Jurrienus als enige eigenaar van de Capri vanaf 1955 wijkt af van een krantenbericht uit 1960 waarin nog de gezamenlijke rederij wordt genoemd.
Deze verschillen zijn nog niet volledig verklaard.
De historische scheepskronieken brengen gegevens uit uiteenlopende bronnen bijeen. Niet alle oorspronkelijke documenten zijn afzonderlijk ingezien.